Nzango en boruboru doen vrouwen van alle leeftijden sporten

Afrikaanse vrouwensporten zijn niet langer kinderspel: ‘Het neemt de stress weg’

© Elien Spillebeen

Geen Olympische Spelen deze zomer. Maar MO* zocht en voelde wel de olympische geest: in de dromen van de vrouwen die in Congo en Zuid-Soedan een kinderspel tot volwaardige competitiesport maakten. Ooit al gehoord van nzango of boruboru?

‘Femme est…?’ Met deze vraag begroet een vrouw haar ploeggenote op het stoffige terrein naast de landbouwschool van Butembo, een bergstad in de Democratische Republiek Congo. Ze gooit beide handen in de lucht. ‘Sacrée!’, antwoordt de andere vrouw, terwijl ze krachtig haar handen tegen die van haar teamgenote slaat.

Tijdens deze ochtendtraining zijn vrouwen hier gezegend, even ongenaakbaar. ‘Nzango?’, ‘Kitoko!’, roepen ze in koor. Kitoko betekent ‘mooi’ in het Lingala, de taal die vooral in West-Congo wordt gesproken, niet hier in het oosten. Het verraadt zo de oorsprong van de sport Nzango.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Komend vanuit het westen van het land maakte Nzango op erg korte tijd furore. Mooi om naar te kijken, is deze sport ontegensprekelijk. Een groepje van vijftien vrouwen loopt zich warm. Elk om beurt springen ze over het danstouw dat een halve meter boven de grond strak gespannen staat.

‘Je moet kunnen springen. Zingen en klappen moet je ook kunnen. Maar daar hoef je niet voor op te warmen.’

‘Je moet kunnen springen’, legt Kahambu Esperance ons uit. Ze is niet alleen speelster, maar ook de voorzitster van de lokale nzango-federatie in Butembo. ‘Zingen en klappen moet je ook kunnen. Maar daar hoef je niet voor op te warmen.’

De scheidsrechter van dienst, Desanges, fluit de speelsters bijeen. ‘Twee groepen’, beveelt ze. In twee rijen, gescheiden door een middenlijn, gaan twee groepen vrouwen tegenover elkaar staan. ‘Gelijk’, zo wijst Desanges de ene ploeg een spelpositie toe, ‘ongelijk’, de andere. Ze zet het gezang in, en bepaalt daarmee het ritme van deze set.

Schaar-steen-papier met de benen

De vrouwen aan het begin van de rij van hun ploeg dansen richting middellijn. Twee vrouwen komen zo klappend en zingend tegenover elkaar te staan. Op dezelfde tel, die alle vrouwen duidelijk in de benen hebben, springen ze in de lucht.

© Elien Spillebeen

Nzango in Butembo

De vrouw van de ene ploeg gooit eerst haar benen open als in een schaarsprong, voor ze met haar linkerbeen een korte trap in de lucht geeft. Haar tegenspeelster draait eerst rond haar as en zwaait op hetzelfde moment haar rechterbeen de lucht in. De uitgestrekte benen van de spelers vliegen zo dezelfde richting uit. ‘Gelijk’, bevestigt scheidsrechter Desanges. De speelster aan de rechterkant mag doorgaan.

Nzango-speelsters moeten proberen inschatten naar welke kant hun tegenspeelster zal schoppen en daar tijdig op inspelen. Schaar-steen-papier met de benen, zeg maar. Pas als de hele lijn is weggespeeld, vliegen de speelsters van Kahambu’s team elkaar in de armen. De eerste set is binnen.

‘Je moet je tegenspeler kunnen misleiden.’ Letterlijk op het verkeerde been zetten dus.

Het lijkt een sport waarbij geluk de doorslag geeft, maar dat is volgens Kahambu slechts schijn. ‘Er komt wel degelijk techniek aan te pas. Je moet je tegenspeler kunnen misleiden.’ Letterlijk op het verkeerde been zetten, betekent dat in deze unieke danssport.

Van spel naar vrouwensport

Nzango moderne is geen kinderspel, het is een jonge vrouwensport die het laatste decennium een snelle opmars kent in Centraal-Afrika. De aanvullende benaming moderne is geen verkoopsargument, maar benadrukt het verschil tussen het kinderspel waar de sport op geïnspireerd is en de nieuwe competitiesport.

Het traditionele spel is onder verschillende namen in de regio bekend en behoort tot het collectieve geheugen. ‘Kange, onder die naam kenden we het spel bij ons in het oosten’, bevestigt Kahambu. ‘Nzango, zo noemen ze het in Kinshasa en ook in Brazzaville.’

Toen Congo-Brazzaville in 2015 de Afrikaanse Spelen mocht organiseren werd nzango moderne er aan het continent voorgesteld.

Het is ergens in buurland Congo-Brazzaville dat de moderne vrouwensport vorm kreeg. Ondertussen spelen vrouwen in alle hoeken van het land de nieuwe sport. In 2005 gaf het ministerie van Sport in Brazzaville de sportdiscipline voor het eerst erkenning. De Democratische Republiek Congo volgde vier jaar later. Toen Congo-Brazzaville in 2015 de Afrikaanse Spelen mocht organiseren werd nzango moderne er aan het continent voorgesteld. Vanaf dat moment zou de acrobatische danssport ook buiten de Congo’s beoefend worden.

Volgens sommigen werd het kinderspel opgewaardeerd om conflicten tussen gemeenschappen op te lossen. Volgens anderen om het toenemende probleem van obesitas onder vrouwen aan te pakken. In de twee pionierslanden wist nzango in elk geval te doen wat weinig andere ploegsporten verwezenlijkten: vrouwen van alle leeftijden en verschillende afkomsten massaal in beweging brengen.

© Elien Spillebeen

Nzango in Butembo

“Boruboru”, de jongste moderne competitiesport?

De bewegingen staan los van elkaar, maar ook in buurland Zuid-Soedan koos Oliver Marub’u Michael liever voor het opwaarderen van een kinderspel, om meisjes en vrouwen te doen sporten, dan voor een internationale competitiesport. ‘Omdat iedereen het ooit speelde als kind, is de drempel lager’, gelooft hij. Het resoneert volledig met wat we over nzango in Congo horen.

Boruboru moet een van de jongste moderne competitiesporten zijn, niet toevallig geïntroduceerd in het jongste land ter wereld. Zuid-Soedan werd in 2011 onafhankelijk van Soedan. In 2014 onderzocht Marub’u de verschillende ongeschreven regels waarmee het spel in de verschillende windhoeken van het nieuwe land gespeeld werd.

‘Omdat iedereen het ooit speelde als kind, is de drempel lager.’

Vervolgens schreef hij een uniform reglement uit en publiceerde hij het Boroburo-handboek. Dankzij steun van het ministerie van Sport, gretig op zoek naar symbolen om de identiteit van de nieuwe natie vorm te geven, werd boruboru in alle scholen geïntroduceerd. Eerder van onderuit, zoals bij nzango het geval is, werd boruboru van bovenaf ingevoerd.

Boruboru kan je beschouwen als een variant op trefbal. In plaats van een groep spelers, staat steeds een speler van elke ploeg op haar helft van het speelveld. De speler aan de zijlijn probeert met een bal de speler in het veld van de tegenpartij te raken.

‘Boruboru werd bewust voor vrouwen opgericht, omdat ik geloof dat je via sport vrouwen kan empoweren’, getuigt de stichter Marub’u. ‘Wij meisjes mogen ons niet vrij uitdrukken’, bevestigt speelster en scheidsrechter Nocha, ‘Ik durfde zelf niet in groep spreken, maar door scheidsrechter te zijn, durf ik dat wel.’

Of daarvoor een nieuwe sport moet worden opgericht, dat weet Nocha niet bepaald. ‘Ik speelde voorheen volleybal. En ook die sport maakte me zelfzekerder. Zolang het een sport is, is het goed’, wat haar betreft.

Een lijn in het zand

Laagdrempeligheid betekent ook goedkoop, hoor je zowel in Congo als in Zuid-Soedan. ‘De bal kan je zelf maken, en de lijnen kan je overal in het zand trekken’, daar ligt volgens Marub’u een belangrijk verschil met volleybal, waar je al een net voor nodig hebt.

‘Enkele lijnen trekken op de grond en je bent vertrokken. Het kost je niets.’

‘Enkele lijnen trekken op de grond en je bent vertrokken. Het kost je niets’, horen we ook in Congo. Dat het alleen door vrouwen beoefend wordt, verkleint volgens sommige nzango-speelsters de weerstand die wel vaker ontstaat wanneer een vrouw wil sporten. Boruboru is voorlopig vooral een sport voor schoolmeisjes. Een echte vrouwencompetitie bestaat voorlopig nog niet.

De maatschappelijke weerstand die sportende vrouwen nog vaak ondervinden, is van een andere aard dan die bij schoolgaande meisjes. Daarom zijn zij de doelgroep waar boruboru momenteel binnen mobiliseert.

De echte doorbraak, vrouwen van alle leeftijden doen sporten, is de opmerkelijke verdienste van de nzango-vrouwen. Op lokaal niveau ligt de gemiddelde leeftijd op het eerste zicht behoorlijk hoog. ‘Want op nzango staat geen leeftijdsgrens’, bevestigt Kahambu, zelf een vijftiger en niet eens de oudste van de groep. Maar na het huwelijk haakt ook hier een deel van de speelsters af.

‘Sommige echtgenoten hebben schrik dat hun vrouw met haar sportbroek te veel aandacht trekt van andere mannen. Een broek accentueert bepaalde delen van het lichaam’, denkt Kahambu. Omdat de sportkledij door sommigen als te uitdagend ervaren wordt, hangen vrouwen na het huwen de sportschoenen nog te vaak aan de haak, vreest de nzango-voorzitster.

Drie weken eerder overleed haar eigen man, maar die heeft haar altijd gesteund, benadrukt Kahambu. ‘Ik zei dat het een goeie manier was om wat gewicht te verliezen, want overgewicht is gevaarlijk voor de gezondheid. Zo zou ik langer kunnen leven. Dat vond hij een goede motivatie.’

© Elien Spillebeen

Nzango in Butembo

Minder stress

‘Nzango houdt me fit. En het neemt de stress weg.’ Niet alleen de kilo’s die Kahambu verloor, helpen haar misschien een gezonder leven te leiden. Ook het verlichten van de zorgen, is de sleutel tot een gezonder bestaan, vindt ze. Dat laatste lijkt veel vrouwen in het oosten van het land naar de sport te drijven.

De onveiligheid nam ook in Butembo de laatste vijf jaar opnieuw toe. En nzango hielp hen ook door de erg stresserende ebola-uitbraak, die de inwoners opnieuw op de proef stelde. En dat in een gebied dat al decennialang geteisterd wordt door conflict.



Ook op dat vlakt lijkt de motivatie van Nosha in Zuid-Soedan erg op die van de collega’s uit Congo. Na een lange en verscheurende afscheidingsoorlog tegen Soedan, werd de jonge republiek sinds 2013 op de proef gesteld door een burgeroorlog.

De lokale werking werd nu stilgelegd, vertelt Kahambu wanneer ik haar later opnieuw opbel. Geheel onverwacht niet door rebellen of ebola, maar door COVID-19. Dat had de voorzitster niet zien aankomen. ‘Het geeft ons wel wat tijd om onze werking eens grondig te evalueren en een nieuw elan te geven. Want de laatste maanden is het enthousiasme wat geluwd. We krijgen zelden de centen bijeen om eens tegen een ploeg uit een andere stad te spelen. Die uitdaging heb je met een competitiesport wel eens nodig.’

De grote ondernemers uit de stad koppelen liever hun naam aan een populaire lokale voetbalploeg dan aan deze vrouwensport.

Sponsors vinden die een uitstap willen steunen, dat blijkt moeilijk. De grote ondernemers uit de stad koppelen liever hun naam aan een populaire lokale voetbalploeg dan aan deze vrouwensport. Als door de wereldwijde economische crisis de middelen nog schaarser zouden worden, dan slinken hun kansen op steun misschien nog meer.

Op het einde van de wedstrijd slaan de vrouwen opnieuw de handen tegen elkaar, ook dat behoort tot de rituelen. ‘Femme est? Sacrée!’, roepen ze als afsluiter. ‘L’ homme est? Idéal!’, besluiten ze. ‘Een sportief streven’, wordt met een knipoog nog verduidelijkt.

© Elien Spillebeen

Nzango in Butembo

Deze reportage werd mede mogelijk gemaakt door de steun van het Fonds Pascal Decroos voor Bijzondere Journalistiek en Handicap International.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2859   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift