Leslie Sabakinu en Daniel Vangroenweghe over Leopold II, 35 jaar na "Rood Rubber"

‘Willen die jongeren echt dat Congo weer een Belgische kolonie wordt?’

Ⓒ Elien Spillebeen

Auteur Daniel Vangroenweghe verwelkomt de vierde druk van zijn boek “Rood Rubber”. In 1985 zorgde het spraakmakende werk over het rubberbeleid in Kongo-Vrijstaat nog voor veel ophef. Leslie Sabakinu vindt het boek meer dan ooit zinvol, want ‘we zijn allemaal een product van ons verleden.’

In een met boeken en documenten volgestouwd Brugs rijhuisje verwelkomt Daniel Vangroenweghe, antropoloog op rust, de jonge Congolese historica Leslie Sabakinu, de toekomst, voor een dubbelgesprek. 35 jaar nadat zijn boek Rood Rubber voor het eerst werd uitgebracht, wordt het nu voor een vierde keer gedrukt. In 1985 was zeggen dat onder het bewind van Leopold II een dodelijk en misdadig systeem was opgezet, nog controversieel. Maar ook vandaag beroert de schuldvraag van Leopold II nog de gemoederen.

Sabakinu klopt het stof nog uit de kleren na haar drukke laatste dagen tussen koloniale archiefstukken. De historica werkt aan haar doctoraatsverhandeling aan de Amerikaanse Universiteit van Winconsin-Madison. Ze was begin dit jaar naar België afgereisd om wat tijd in de archieven te kunnen doorbrengen, maar haar plannen werden doorkruist door COVID-19 want de archieven sloten dit voorjaar onverwacht de deuren.

Met wat vertraging kon ze nu doen waarvoor ze gekomen was, en is het tijd om eindelijk naar Kinshasa terug te keren. Maar voor een ontmoeting met Daniel Vangroenweghe wilde ze, ondanks de drukte, nog tijd maken.

Er zit een leeftijdsverschil van vijftig jaar tussen de twee academici, maar het respect is wederzijds en treffend. Vangroenweghe was ooit een jonge Belgische antropoloog die in Congo geconfronteerd werd met de maatschappelijke littekens van het verleden, en die dieper ging graven. Sabakinu vindt dat alle jonge historici de plicht hebben om te helpen herinneren aan het verleden. Want ‘we zijn allemaal een product van dat koloniale verleden’, en daarmee doelt ze op Congolezen én op Belgen.

Voortschrijdend inzicht

Wie in 1985 nog twijfelde of terreur in de Kongo-Vrijstaat van Leopold II de regel was, en niet de uitzondering, kreeg met Rood Rubber de bewijzen voorgelegd. Vangroenweghe bracht op basis van brieven, dagboeken en rapporten het rubberbeleid in twee Congolese gebieden gedetailleerd in kaart: het Kroongebied, een gebied acht keer zo groot als België en privegebied van Leopold II, en het Evenaarsdistrict, goed voor veertien keer België.

De antropoloog reeg in Rood Rubber, als een van de eersten in ons land, de beschrijvingen van wreedheden aaneen.

Hoewel veel archiefstukken uit die tijd vernietigd werden, kreeg Vangroeneweghe unieke documenten te pakken waarmee hij het systeem van geweld ontegensprekelijk blootlegde. Zijn opsomming van gebeurtenissen voelt soms wat zakelijk aan, maar staat in schril contrast met het menselijk lijden dat ermee wordt geïllustreerd.

‘Zonder die details hadden ze me niet geloofd’

De extracten uit verslagen en notities moesten niet worden aangedikt met fantasie. Ze volgen elkaar ook in een snel tempo op. ‘Het was daardoor zeker niet het meest toegankelijke boek, en dat is het nog steeds niet’, bekent Sabakinu, die het boek als jonge studente las.

‘De details in het boek grepen mij erg aan’, herinnert ze zich nog goed. ‘Zonder die details hadden ze me niet geloofd’, reageert Vangroenweghe.

Een erg gedetailleerde getuigenissen die bijblijft, is bijvoorbeeld die van de Zweedse, protestantse missionaris Edvard Sjöblom: ‘Ik reisde door in totaal niet minder dan 45 dorpen, die platgebrand waren, en door 28 dorpen, totaal verlaten wegens de rubbercampagne. Vaak heb ik lijken zien drijven op de rivier of langs de weg zien liggen met afgehouwen rechterhand, allemaal slachtoffers van de rubberaffaire, want inlanders begraven altijd hun doden.’

Zulke getuigenissen, van vaak protestantse missionarissen, zorgden nog tijdens het bestaan van Kongo-Vrijstaat al voor ophef in Engelstalige media. In België werden ze vaak afgedaan als marginale gebeurtenissen.

Zo zag Vangroenweghe het ook eerst nog, in het beginstadium van zijn onderzoek. Maar naarmate dat onderzoek nieuwe feiten aan het licht bracht, werd de onderlinge samenhang steeds duidelijker en zou de antropoloog zijn visie herroepen.

‘Nooit, voor zover ons bekend,’ zo schreef hij in Rood Rubber, ‘leidde een exploitatie door een staat of staatshoofd zelf elders tot zulke wreedheid op grote schaal, als er te noteren valt in het Kongo van Leopold II onder het bewind van concessionarissen, die volledig gecontroleerd werden door de vorst.’

Niet willen weten

‘Ik kreeg een telefoontje van de Staatsveiligheid met de mededeling dat ik bescherming nodig had.’

De onweerlegbare vaststelling dat geweld structureel deel uitmaakte van het bewind in Kongo-Vrijstaat werd Vangroenweghe niet altijd in dank afgenomen. ‘Toen het boek voor het eerst werd uitgebracht, was de reactie behoorlijk explosief. Mijn lezingen werden onderbroken, en ik kreeg een telefoontje van de Staatsveiligheid met de mededeling dat ik bescherming nodig had’, herhaalt de intussen 82-jarige emeritus professor enkele malen tijdens het gesprek.

Of hij vandaag nog steeds bescherming nodig heeft?, vraagt Sabakinu verbaasd. ‘Nee, nu gelukkig niet meer.’ De geesten blijken, ook hier, langzaam maar zeker te rijpen.

Gelijkaardige conclusies over Kongo-Vrijstaat, vooral in de Britse pers, hadden nochtans ooit tot de overdracht van Leopolds persoonlijke kolonie aan de Belgische staat geleid. In 1904 bracht de Britse consul Roger Casement een spraakmakend rapport uit dat vernietigend was voor het bewind van Leopold II. Onder druk van de Britten werd een onafhankelijke onderzoekscommissie opgericht, die de belangrijkste conclusies uit het Casementrapport bevestigden.

Toch leek die boodschap niet te zijn doorgedrongen tot het collectieve bewustzijn in 1985. Toenmalig minister van Onderwijs, CVP’er Daniël Coens, beval zelfs een onderzoek naar het boek. Maar op fouten heeft men Vangroenweghe nooit kunnen betrappen.

‘Niet voor onderzoekers’

Het bewust laten verdwijnen van de archieven had ongetwijfeld de ruimte gecreëerd waarbinnen ontkennende en minimaliserende boodschappen konden blijven circuleren. Vangroenweghe zocht alles bijeen wat er nog te vinden viel: in Frankrijk, Duitsland, Engeland, Zweden, het Vaticaan en Brussel probeerde hij te lezen wat er nog te krijgen was.

‘Op de kaften stond “niet voor onderzoekers” gedrukt.’

‘Ik had geluk’, beseft hij. ‘Misschien omdat ik antropoloog ben, en daardoor als minder bedreigend werd gezien dan een historicus. Waarschijnlijk had ik ook geluk door enkele personeelswissels. Nieuwe stafleden in de archieven waren zich in 1985 misschien minder bewust van de gevoeligheden.’

Het geluk bracht hem toegang tot onbekende archiefstukken. ‘Ik kreeg in elk geval plots in het rijksarchief een inventaris van bestaande stukken te zien, die voorheen steeds verborgen gehouden werd. Sommige stukken waren niet meer beschikbaar, maar andere kon ik plots opvragen. Op de kaften stond gedrukt “niet voor onderzoekers”.’

Met eenzelfde portie geluk kreeg Sabakinu als studente geschiedenis ooit de Franse vertaling van Rood Rubber te lezen. ‘In de bibliotheken in Congo is dit boek niet te vinden. Ik had het geluk dat mijn vader historicus is en dat ik het via hem in handen kon krijgen.’ Zulke boeken zouden toegankelijker moeten zijn voor een groter publiek, vindt ze. ‘Want mensen weten wel wat er gebeurd is in Kongo-Vrijstaat, maar vragen zich toch af of het wel echt zo gebeurd is.’

Deze zomer nog, aan de vooravond van de zestigste verjaardag van de Congolese onafhankelijkheid, opperde prins Laurent nog dat zijn voorvader zelf nooit in Congo was geweest en dat de misdaden gepleegd werden door mensen die voor hem werkten. ‘Ik zie absoluut niet in hoe hij mensen daar zou hebben laten lijden.’

‘Als Leopold ooit zijn ontgoocheling heeft laten blijken, dan was dat louter voor de publieke schijn.’

Johan Op de Beeck, die net een boek over Leopold II uitbracht, pleitte begin september in een gesprek bij het Radio 1-programma Interne Keuken dan weer voor mildheid. Volgens Op de Beeck mag Leopold dan wel te weinig gedaan hebben om het misbruik te stoppen, de toenmalige Koning der Belgen zou volgens hem wel woedend geweest zijn over het beleid in de Vrijstaat.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
‘Leopold II heeft het zeker en vast goed geweten’, zegt Vangroenweghe over zulke uitspraken. ‘En als Leopold ooit zijn ontgoocheling heeft laten blijken (zoals Op de Beeck suggereerde, red.) dan was dat louter voor de publieke schijn. In werkelijkheid was hij enkel om de financiële opbrengsten bekommerd.’

‘Dat soort argumenten die impliceren dat hij het allemaal zo slecht niet bedoelde, doen af aan het werk dat reeds gebeurd door historici, zoals professor Vangroenweghe’, treedt Sabakinu hem bij, ‘Het is voldoende gedocumenteerd dat Leopold II op de hoogte was, er niets aan gedaan heeft en er ook geen belang bij had om het te stoppen. Op een bepaald moment moeten we vooruitgaan in het debat. Anders blijven we in rondjes draaien.’

Of, zoals de Belgische historica Gillian Mathys onlangs nog liet optekenen: ‘Het is moeilijk in academische kringen nog iemand te vinden die de verantwoordelijkheid van Leopold II zou ontkennen.’

‘De Congo is van ons’

Die vooruitgang van het debat bewerkstellig je niet met het wegnemen van standbeelden van Leopold II, vindt Vangroenweghe. ‘De man wissen uit het geheugen, dat lijkt me geen goed idee.’ Sabakinu heeft het moeilijker met de beeltenissen van de vorst en van ex-kolonialen: ‘Een standbeeld dient om iemand op een voetstuk te plaatsen, te verheerlijken. Ik begrijp, gezien de feiten, dat dit voor Belgen met Afrikaanse roots beledigend kan aanvoelen.’

Sabakinu gelooft niet dat mensen dankzij standbeelden van Leopold II makkelijker zullen weten hoe hij het leven van ontelbare Congolezen getekend heeft. Maar een standbeeld kan wel nieuwsgierigheid opwekken, voegt Vangroenweghe daar aan toe. ‘Sommige mensen zullen een standbeeld in de straat zien en willen weten wie dat is.’

‘Anderzijds, veel jongeren willen dat niet meer weten, zeker?’, vreest de professor op rust luidop.

‘“Congo is van ons?” Dromen die jongeren er echt van dat Congo weer een Belgische kolonie zou worden?’

Het doet denken aan het filmpje van jongeren die op een festival ‘Handjes kappen, de Congo is van ons’ zongen, in 2018. Leslie Sabakinu was toen net even in ons land. ‘Ze weten dus wel voldoende wat gebeurd is’, besefte ze die dag.

Hetzelfde lied werd ook teruggevonden op een telefoon van een van de leden van intussen ontbonden studentenclub Reuzegom. Naar aanleiding van het onderzoek naar de dood van student Sanda Dia werden we opnieuw herinnerd aan het bestaan van dat lugubere lied.

‘Die studenten zijn niet in een staat van ontkenning’, stelt Sabakinu vast. ‘Misschien hebben ze het ergens opgepikt en weten ze niet goed wat ze eigenlijk zingen. Maar ze banaliseren zó wat er in die tijd gebeurd is. Ze banaliseren de impact die de gebeurtenissen hadden op de bevolking.’

‘Er lijkt ook een soort nostalgie vanuit te gaan. “Congo is van ons?” Dromen die jongeren er echt van dat Congo weer een Belgische kolonie zou worden?’ Het grijpt Sabakinu nog steeds erg aan.

Product van het verleden

Is kennis wel het meest geschikte wapen tegen dit soort nostalgie? Vangroenweghe wil zijn energie niet richten op de meest extreme uitspattingen. ’De ongelovigen kunnen we niet overtuigen. Dat moet je aanvaarden.’

‘Je kan niet zomaar een deel van je geschiedenis wegknippen en wegzetten als die van je grootvader alleen.’

Onderwijs en nog eens onderwijs, dat is volgens Sabakinu het antwoord om de volgende generatie te wapenen tegen dat extremisme. ‘Kennis circuleert te vaak onder academici alleen. Onderzoekers zijn te weinig bezig met het populariseren van die kennis.’ Daar volgt de emeritus professor de jonge onderzoekster graag in.

‘We zijn allemaal een product van dat koloniale verleden’, zo stelt Sabakinu vast. ‘We hebben een plicht om te herinneren aan wat gebeurd is. Heel wat kenmerken van de samenleving, structuren van discriminatie en racisme, de manier waarop gemeenschappen met elkaar omgaan: daar gaat een geschiedenis aan vooraf. Je kan niet zomaar een deel van je geschiedenis wegknippen en wegzetten als die van je grootvader. Je moet je afvragen hoe het leven van je grootvader dat van je vader heeft beïnvloed, en hoe zijn verhaal het jouwe getekend heeft. Die verbanden zijn reëel.’

Vandaag is veel archiefmateriaal over de koloniale tijd nog steeds ontoegankelijk voor Congolezen. De geschiedenis zit opgeborgen in Belgische archieven. Een Congolese onderzoeker moet dus al naar België kunnen reizen, en dat is helemaal niet vanzelfsprekend. ‘Als we vandaag praten over herstel, na de kolonisering, dan behoort het versterken van de toegang tot onderwijs en kennis misschien wel tot de mogelijkheden’, suggereert Sabakinu.

‘Het is haast onmogelijk om het herstellen van het verleden in geld uit te drukken’, valt Vangroenweghe haar bij. ‘Want dan moet je voor elk verloren mensenleven een geldwaarde bepalen. Investeren in onderwijs, dat is de toekomst.’

‘België heeft er baat bij gehad om Congolese levens te hypothekeren. Dat brengt ook vandaag een verantwoordelijkheid met zich mee’, vindt Sabakinu. ‘Op welke manier die verantwoordelijkheid genomen wordt, hoe herstel geboden wordt, dat moet in onderling overleg tussen beide landen getekend worden. In overleg met Congo dus, en niet enkel in België beslist. Ik hoop dat men in die keuzes steeds het belang van de Congolese bevolking, en niet van een bepaalde elite, voor ogen zal houden.’

Het oordeel van de geschiedenis

In 1908 droeg Leopold II “zijn” Kongo-Vrijstaat over aan de Belgische staat, zeer tegen zijn zin. In het Congolese Staatblad trok hij toen nog een keer hard van leer tegen al wie zijn beleid in twijfel had getrokken.

‘Ik had niets tegen de man noch tegen het koningshuis. Ik heb gewoon gedeeld wat ik gevonden heb’, herhaalt Vangroenweghe, nog maar eens. Het is vooral de geschiedenis zelf die niet mild oordeelt over de vorst.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2859   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift