Racisme, kind van de slavernij in Tunesië

‘De Tunesische antiracismewet is er, nu moet ze spreken’

Safouane Ben Slama (CC BY-NC 2.0)

 

I s er racisme in Tunesië? Velen vinden dit een vreemde vraag. ‘Ik heb het in ieder geval nooit zien gebeuren in mijn omgeving’, zegt een politica, actief in het stadje Ariana in de banlieue van Tunis waar nota bene veel Sub-Saharaanse migranten wonen. Niet dat ze tegen het aanpakken van racisme is, maar er zijn andere problemen in Tunesië die veel urgenter zijn, vindt ze.

‘Een typisch voorbeeld van ontkenning, en dat is vrij algemeen. De hiërarchisering op basis van huidskleur is zo verankerd dat mensen zelfs niet beseffen dat ze racistische handelingen stellen. Zelfs de zwarte Tunesiërs hebben racisme geïnternaliseerd’, zegt Valentin Bonnefoy van het Tunesische Forum voor Economische en Sociale Rechten, één van de organisaties die gepleit hebben voor de antiracismewet.

‘Voor deze mevrouw is het misschien niet urgent maar voor de slachtoffers is het wel een urgente kwestie, en dat is wat telt’, reageert van zijn kant Omar Fassatoui, medewerker van het VN-Hoge Commissariaat voor de Mensenrechten in Tunis. Omar Fassatoui was één van de leden van het interministeriële comité dat belast was met de opstelling van het wetsvoorstel tegen racisme.

‘Tunesië heeft inderdaad grote economische problemen. En er zijn geen partijen die xenofobie aanwakkeren of voeden om electorale redenen, maar dat neemt niet weg dat er een reëel probleem van racisme is. Het is bovendien nooit het goede moment om een wet uit te vaardigen’, zegt de jurist.

Boetes en een gevangenisstraf

De wet tegen racistische discriminatie bevat elf artikels en is korter dan de oorspronkelijke tekst die de civiele maatschappij had voorgesteld. ‘Maar het belangrijkste is dat er nu eindelijk een juridisch kader is dat racisme en het aanzetten tot haat duidelijk definieert. Dit biedt de rechter de nodige instrumenten om de klachten te behandelen. Het statuut van slachtoffer is erkend en dat is heel belangrijk’, zegt Omar Fassatoui.

De wet voorziet geldboetes en zelfs gevangenisstraffen voor wie zich schuldig maakt aan racistische daden of haatuitspraken verspreidt, zeker wanneer het gaat om ernstige gevallen en wanneer het slachtoffer zich in een kwetsbare situatie bevindt. Wanneer bijvoorbeeld het slachtoffer een kind is, een bejaarde of een zwangere vrouw.

‘Een oproep tot haat via Facebook na het verlies van een voetbalmatch in de Afrika Cup bijvoorbeeld is nu strafbaar’

‘Een oproep tot haat via Facebook na het verlies van een voetbalmatch in de Afrika Cup bijvoorbeeld is nu strafbaar’, zegt Omar Fassatoui. ‘Maar dat hangt af van hoe invloedrijk de persoon is die de haatuitspraken verspreidt en hoeveel mensen hij via zijn account bereikt’.

De wet voorziet ook een speciaal register voor de klachten tegen racisme en de oprichting van een speciale commissie die de regering helpt bij het opzetten van een beleid op het gebied van de strijd tegen raciale discriminatie.

‘Het is belangrijk om cijfers te hebben en een analyse te maken van het soort raciale discriminatie dat gerapporteerd wordt. Want deze wet is niet alleen van toepassing op de zwarte Tunesiërs maar ook op de Sub-Saharaanse studenten en migranten en op wie in Tunesië op doorreis is’, zegt Omar Fassatoui.

De zwarte minderheid

Officiële cijfers over de zwarte minderheid in Tunesië zijn er niet. ‘De overheid houdt het bij één procent maar dit klopt niet’, zegt Omar Fassatoui. De civiele maatschappij spreekt van haar kant van tien procent.

De zwarte Tunesiërs wonen vooral in het zuiden van het land. Hun aanwezigheid is verbonden aan de slavernij. Dat verleden heeft nog altijd effect op de manier waarop blanke en zwarte Tunesiërs met elkaar omgaan, al staan heel veel Tunesiërs daar niet echt bij stil. Ze zijn wel heel trots op het feit dat Tunesië het eerste land in de Arabische wereld is dat de slavernij heeft afgeschaft. Dat gebeurde per decreet, op 23 januari 1846, twee jaar voordat Frankrijk dat deed.

Saadia Mosbah behoort tot deze minderheid. Voor haar is de nieuwe wet het verwezenlijken van een droom. Het is niet voor niets dat ze de vzw die ze in 2013 opgericht heeft M’namty (mijn droom) heeft genoemd.

bron: Youtube / Al Jazeera

Saadia Mosbah ‘We moeten samen strategieën uitwerken’

‘Een mama in de school van mijn kind wilde verhinderen dat mijn zoontje meedeed aan het schoolfeest’

‘Ik was altijd gefascineerd door de antiracistische strijd in Frankrijk en heb sinds de jaren tachtig de discussies daar gevolgd. Ik heb veel bijeenkomsten bijgewoond en stond vol bewondering voor de manier waarop ze daar het probleem konden bespreken en wij in Tunesië niet’, vertelt Saadia Mosbah.

‘Bij ons was het wachten tot 2013, het jaar waarin de zwijgmuur over heel wat thema’s viel. Toen dacht ik: waarom niet ook over de problemen van de zwarte Tunesiërs spreken? Laten we spreken over de ontkenning van dat racisme, dacht ik bij mezelf. Toen ben ik gestart met M’namty’.

Het waren niet termen als kahlocha (negerin) of andere denigrerende houdingen tijdens het uitoefenen van haar werk als stewardess die haar in die strijd duwden. Het was pas toen haar zoontje, amper drie jaar oud, geconfronteerd werd met racisme dat ze besloten heeft om zich volop in die strijd te gooien.

‘Een mama in de school van mijn kind wilde verhinderen dat mijn zoontje meedeed aan het schoolfeest. Ze was de vrouw van de dokter van de school en had dus aanzien. Ik werd kwaad en heb besloten om de deelname van mijn kind af te dwingen. Ik ben toen naar de politie gestapt en heb klacht ingediend’.

Dat voorval was voor Saadia de reden om haar kind het jaar daarop in de Franse school in te schrijven. Maar dat heeft het kind niet behoed voor een nieuwe confrontatie met racisme. ‘Drie jaar later kwam de Afrikaanse Bank voor Ontwikkeling naar Tunesië en heel wat Afrikaanse ouders hebben hun kinderen in de Franse school ingeschreven. Op een bepaald moment vond de school het noodzakelijk om vanaf maart de lessen stop te zetten om de kinderen aan te leren hoe ze moeten samenleven’.

Het kind van de slavernij

Het probleem is volgens Saadia Mosbah niet alleen maatschappelijk maar ook institutioneel. ‘De zwarte Tunesiërs zijn niet aanwezig op de sociale ladder. In het parlement is er slechts één persoon met een zwarte huidskleur en er zijn nog altijd mensen die de naam van hun meester dragen’, zegt ze.

Daarom vindt ze het belangrijk dat er een band wordt gemaakt tussen de achterstelling van de zwarte Tunesiërs en de slavernij. ‘Racisme is het kind van de slavernij’, zegt ze. ‘23 januari moet herdacht worden. De afschaffing van de slavernij moet op de nationale herdenkingskalender komen’, vindt ze.

‘Ik kijk naar de zwarten. Zoals ze hun plichten kennen, moeten ze ook hun rechten kennen’

De kwestie van racisme kwam in een stroomversnelling nadat begin 2016 drie Congolese studenten in de hoofdstad Tunis met een mes werden neergestoken. De regering heeft toen beslist om werk te maken van een wet die racistische misdrijven bestraft.

‘Maar de wet is slechts een begin’, zegt Saadia Mosbah. Nu moet het sensibiliseren beginnen. ‘De andere kant interesseert me niet meer’, benadrukt de activiste. ‘Ik kijk naar de zwarten. Zoals ze hun plichten kennen, moeten ze ook hun rechten kennen’.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
De samenwerking met de Sub-Saharaanse gemeenschap vindt de activiste cruciaal. De Sub-Saharanen moeten durven klacht indienen en we moeten samen strategieën uitwerken en begeleiding voor de slachtoffers voorzien zodat de wet geen inkt op papier blijft’.

De wet is er, nu is het afwachten op de decreten die de wet zullen concretiseren. Daarom vindt Omar Fassatoui van het Hoge Commissariaat voor de Mensenrechten het noodzakelijk dat mensen getuigen en dat de slachtoffers van racistische misdrijven van zich laten horen.

Maar de wet alleen is niet voldoende. ‘Het gaat om een maatschappijproject’, zegt hij. ‘We vragen aan de anderen om ons te begrijpen wanneer we in een andere samenleving terechtkomen, maar we moeten hetzelfde doen bij ons. We moeten de andere leren accepteren. We moeten met de andere gewoon leren samenleven’, zegt Omar Fassatoui.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift