Gendergelijkheid op de medische werkvloer

‘Zijn we anno 2021 eindelijk klaar voor de mannelijke verpleegkundige?’

© Memisa

Wereldwijd is 90 procent van de verpleegkundigen een vrouw en het aantal mannelijke verpleegkundigen groeit amper. Hoog tijd voor een inhaaloperatie, vindt Annelies Van Erp van de medische ngo Memisa. ‘We moeten focussen op de eigenschappen die nodig zijn om een goede verpleegkundige te zijn en afstappen van de stereotiepe beelden die we nog te vaak zien in films en boeken.’

In 2019 riep de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) – zonder te weten wat het komende jaar in petto zou hebben – 2020 uit tot het jaar van de verpleegkundigen. En of 2020 het jaar van de verpleegkundigen werd …

Begint gendergelijkheid niet bij een gelijke balans op de (medische) werkvloer?

Wereldwijd stonden ze in de frontlinie in de strijd tegen COVID-19. Dag en nacht werkten ze ontzettend hard om coronapatiënten de beste zorgen te geven. Meer dan ooit werd duidelijk hoe cruciaal hun rol is om een universele gezondheidsdekking te bereiken. ‘Verpleegkundigen zijn de ruggengraat van het gezondheidssysteem’, staat te lezen in het rapport The State of the World’s Nursing 2020. ‘Investeren in verpleegkundigen, draagt niet alleen bij tot de verwezenlijking van de gezondheidsgerelateerde duurzame ontwikkelingsdoelstellingen (SDG’s), maar ook de SDG’s met betrekking tot gender winnen hierbij’, aldus de Wereldgezondheidsorganisatie. 

Als medische ngo draagt Memisa gendergelijkheid hoog in het vaandel. Zowel bij de uitvoering van projecten als bij de interne werking van onze organisatie waken we over de integratie van de genderdimensie. We delen de overtuiging van de WHO: gelijkheid van mannen en vrouwen in de gezondheidszorg betekent gelijkheid in de aanpak van de verschillende gezondheidsbehoeften van een persoon, onafhankelijk zijn of haar geslacht.

Maar begint gendergelijkheid niet bij een gelijke balans op de (medische) werkvloer? Met andere woorden een evenredige verdeling van mannen en vrouwen op alle niveaus en in alle functies. Iets waar we, zowel hier in België als in onze partnerlanden, nog mijlenver van verwijderd zijn.

Wereldwijd is 90 procent van de verpleegkundigen een vrouw. In Afrika was 24 procent van de verpleegkundigen tussen 2013 en 2018 mannelijk, tegenover 76 vrouwelijk (WHO, 2019).  In Europa dalen deze cijfers tot 11 procent tegenover 89.  

Dat mannelijke verpleegkundigen zeldzaam zijn in België bleek afgelopen maand nog. ‘Dringend gezocht: mannen in de zorg’, kopte De Standaard op 5 maart. Slechts 14 procent van de verpleegkundigen is man. En deze groep werkt voornamelijk op technische afdelingen zoals radiologie, op de spoeddienst of als ambulancier. 

De laatste jaren zagen we tal van campagnes om meisjes en vrouwen te motiveren om voor STEM-richtingen of beroepen (Science, Technology, Engineering en Mathematics: wetenschap, technologie, ingenieurswetenschappen en wiskunde) te kiezen. Grootschalige acties om jongens en mannen warm te maken voor de zorgsector zagen we niet. Nochtans is er een groot tekort aan verpleegkundigen in België. In 2021 steeg het beroep van de zesde naar de eerste plaats op de lijst van knelpuntberoepen van de VDAB.  Wetende dat dus amper 14% van de verpleegkundigen en 7% van de zorgkundigen man is, spreekt de oplossing voor zich: laat meer mannen instromen. 

De stereotiepe beeldvorming rond het beroep verpleegkundige is hardnekkig en laat zich niet zomaar ombuigen.

Maar het lijkt niet eenvoudig om het tij te doen keren. Hoewel er het laatste decennia fors meer vrouwelijke (huis)artsen en medische experten bijkwamen, groeit het aantal mannelijke verpleegkundigen amper. Meisjes warm maken om te kiezen voor een sector met een hoge status is dan ook eenvoudiger dan jongens te stimuleren om voor een sector te kiezen die in de ogen van veel mensen een lage status heeft.

De stereotiepe beeldvorming rond het beroep verpleegkundige is hardnekkig en laat zich niet zomaar ombuigen. De historisch gegroeide rolpatronen – de zachte zorgende vrouw versus de praktische hardwerkende man – creëren een verwachtingspatroon wat de keuzevrijheid beperkt.

Met andere woorden, het stigma kan ervoor zorgen dat mannen bewust of onbewust minder gemakkelijk voor het beroep van verpleegkundige zullen kiezen. En dat is jammer, want wanneer beroepskeuzes gemaakt worden op basis van hoe een maatschappij genderrollen invult, worden individuele talenten niet optimaal benut. 

Een vaak aangehaald argument om het genderverschil in de sector te verklaren: vrouwen zouden van nature empathischer zijn, een groter inlevingsvermogen hebben en daarom geschikter zijn voor het beroep van verpleegkundige. Maar er zijn toch voldoende andere voorbeelden te noemen van verzorgende of maatschappelijke beroepen waarin mannen wel evenredig vertegenwoordigd zijn zoals sociaal werkers of psychologen.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Uiteraard zijn er biologische verschillen tussen mannen en vrouwen, net zoals tussen alle individuen onderling. In bepaalde situaties kan het zijn dat mannen en vrouwen verschillend reageren of handelen. Maar net die verschillen zijn een meerwaarde, een complementariteit die de gezondheidszorg naar een hoger niveau tilt.

Diversiteit zorgt voor innovatie en creativiteit. En willen we bovendien niet dat het medisch personeelsbestand een afspiegeling vormt van de gehele maatschappij? 

Er zal meer nodig zijn om mannen in zogenaamde “vrouwenberoepen” te krijgen.

De afgelopen jaren werden er al verschillende stappen in de goede richting gezet. Woorden als verpleegster en verpleger werden vervangen door het genderneutrale verpleegkundige. De opleiding verpleegkunde werd verlengd van drie tot vier jaar, wat naast de kwaliteit ook het aanzien moest verhogen. En de coronacrisis zette onder meer een verhoging van de lonen van het zorgkundig personeel opnieuw hoog op de politieke agenda. 

Maar de realiteit evolueerde nog niet mee. Een beroep opwaarderen gebeurt niet in een-twee-drie. Er zal meer nodig zijn om mannen in zogenaamde “vrouwenberoepen” te krijgen.

Het beeld van de vrouwelijke zorgdraagster zit diepgeworteld in onze cultuur. Daarom moeten we kinderen van jongs af aan al leren dat de mate waarin iemand het fijn vindt om zorgende taken op te nemen afhankelijk is van persoonlijkheid en vaardigheden en niet van het biologische geslacht. We moeten focussen op de eigenschappen die nodig zijn om een goede verpleegkundige te zijn en afstappen van de stereotiepe beelden die we nog te vaak zien in films en (educatieve) boeken.

En enkele rolmodellen kunnen natuurlijk ook geen kwaad. Misschien is het tijd voor een televisiereeks ‘topverpleegkundigen’ in plaats van ‘topdokters’ waarin evenveel getalenteerde vrouwen als mannen in beeld komen? 

Annelies Van Erp is medewerker bij Memisa.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3094   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift