Het signaal van de Week van de Fair Trade

‘Kies voor fair trade en maak labels (op termijn) overbodig’

Inno Joseph / Pixabay

Van 6 tot 16 oktober vond de Week van de Fair Trade plaats.  Volgens Koen van Troos van Fairtrade Belgium blijft zo’n initiatief belangrijk om bedrijven, mensen en overheden te wijzen op het belang van sociale rechtvaardigheid, en hoe ze daar aan kunnen bijdragen via het fairtradesysteem. ‘In een ideale wereld hebben we geen nood aan een label om te zeggen dat er geen kinderarbeid in onze chocolade zit.’

Ook dit jaar vierden we de Week van de Fair Trade. Tussen 6 en 16 oktober zetten tal van vrijwilligers, wereldwinkels, bedrijven en bekende persoonlijkheden hun engagement voor eerlijke handel in de kijker. Ook de Fair Trade Gemeenten konden niet ontbreken: de lokale trekkersgroepen deelden Fair Cards uit, organiseerden “faire” koffiekletsen, -markten en ontbijten en zelfs de Koningin nam deel door de internationale directrice van Fairtrade en de directeur van Fairtrade België op het paleis te ontvangen.

Een grote motivatie dus om bij te dragen aan een andere economie, een economie waar mens en milieu opnieuw het belangrijkst zijn en centraal staan. En vooral, een ander voedsel- en landbouwsysteem dat de belangen van de miljoenen boeren en boerinnen die zorgen voor onze bananen, chocolade en koffie centraal stelt én waarbij “fairness” ook over de planeet gaat.

Fair voor de planeet

Dat handel een middel moet zijn om te zorgen voor meer “fairness” of sociale rechtvaardigheid, hangt natuurlijk nauw samen met fairness voor onze planeet, en in het bijzonder met klimaatrechtvaardigheid. Minister Van Ontwikkelingssamenwerking en Grootstedelijk beleid Meryame Kitir herhaalde het reeds ettelijke keren tijdens de Week van de Fair Trade: ‘Het tegengaan van klimaatverandering is een kwestie van sociale rechtvaardigheid’.

Voor de miljoenen boeren en boerinnen die van het klimaat afhangen om te zorgen voor een goede oogst, zijn de veranderende weerspatronen, droogtes en overstromingen rampzalig.

In die zin is het een goede zaak dat de eerste klimaatmars sinds de coronacrisis plaatsvond tijdens de Week van de Fair Trade (op 10 oktober). Dit benadrukt dat klimaatoplossingen sociaal moeten zijn, en dat de klimaatcrisis een sociale crisis is. Je ziet het bij ons, waar de overstromingen afgelopen zomer in Limburg en in Wallonië veel meer schade hebben berokkend bij de sociaal zwakkeren, maar je ziet het ook en vooral in Afrika, Latijns-Amerika en Azië.

Inkomensverschillen zijn er tenslotte veel groter en het verschil tussen kapitaalkrachtigen die zich goed aan het veranderende klimaat kunnen aanpassen, en zij die dat niet kunnen, is enorm. In het bijzonder voor de miljoenen boeren en boerinnen die van het klimaat afhangen om te zorgen voor een goede oogst, zijn de veranderende weerspatronen, droogtes en overstromingen rampzalig. Net als klimaatverandering, heeft COVID-19 hun situatie enkel nog erger gemaakt.

Fair voor de mensen

Maar wat maakt een systeem zowel “fair” voor de planeet als “fair” voor de mensen? En dan in het bijzonder voor zij die de zwaarste lasten dragen, met name de boeren en de boerinnen? Het antwoord is wellicht niet zo moeilijk: als de boer of de boerin een goed inkomen heeft, staat dat veelal garant voor respect voor mensenrechten én voor het milieu. Een inkomen, dat de boer/boerin in staat stelt om in basisbehoeften zoals voedzaam voedsel, degelijke huisvesting, kledij, transport, medische zorg, scholing voor kinderen en een kleine financiële buffer te voorzien, én die hen in staat stelt om hun werk te doen op het veld/in de plantage.

De cacaobarometer, die jaarlijks door het VOICE-netwerk wordt gepubliceerd, geeft een mooie visuele voorstelling van hoe het niet respecteren voor het recht op een leefbaar inkomen – ook een mensenrecht trouwens – leidt tot schendingen van andere mensenrechten én een negatieve impact heeft op het milieu. Cacaoboeren die te weinig verdienen zullen immers meer geneigd zijn om stukken land te ontbossen of pesticides te gebruiken om hun opbrengsten te verhogen.

De prijzen die boeren en boerinnen krijgen, liggen vaak onder wat ze nodig hebben om op zijn minst uit de kosten te raken.

Boeren en boerinnen hebben dus nood aan (en recht op) een leefbaar inkomen, wat centraal staat om te zorgen voor meer “fairness” of rechtvaardigheid. Maar hoeveel is dat dan? In België heb je wellicht meer geld nodig om een leefbaar inkomen te hebben dan in pakweg Peru of Ghana. Dat maakt van een leefbaar inkomen geen makkelijk gegeven.

Bovendien dient er rekening te worden gehouden met de grootte van de akkers/velden/plantages en ook met de opbrengsten, wat natuurlijk verwijst naar productiviteit. Deze ambiguïteit zorgt er vaak voor dat er door bedrijven en overheden op verschillende manieren wordt gewerkt aan leefbaar inkomen en dat maar al te vaak enkel de nadruk gelegd wordt op het verhogen van productiviteit, wat op zich niet verkeerd zou zijn, mocht er evenveel aandacht gaan naar de prijs de aan de boer  wordt betaald.

Want een eerlijke prijs blijkt dus echt wel doorslaggevend te zijn om te zorgen voor een leefbaar inkomen voor boeren. Klinkt logisch toch? Voor vele bedrijven is dat echter nog steeds niet zo: boeren worden nog steeds maar al te vaak minder betaald dan wat ze nodig hebben om aan hun basisnoden te voldoen. Erger nog, de prijzen die boeren en boerinnen krijgen, liggen vaak onder wat ze nodig hebben om op zijn minst uit de kosten te raken.

Het belang van fair trade voor een leefbaar inkomen

En laat het nu net die eerlijke prijs zijn die centraal staat in het fairtradesysteem. Een prijs die wordt geactiveerd eens de mondiale koersen van koffie en cacao beneden een zeker peil gaan en die verplicht aan de boer moet worden uitbetaald.

Daarbovenop komt de fairtradepremie, een vaste som die uitbetaald wordt aan de coöperatie per afgenomen volume. De coöperatie kiest zélf hoe ze de premie gebruikt. Ze kan worden geïnvesteerd in het opdrijven van productie of het aanleggen van wegen, maar ze kan ook worden gebruikt om opleidingen te geven of om kinderen naar school te sturen. In bepaalde gevallen, zoals onder andere tijdens de zwaarste momenten van de COVID-19-crisis, werd de premie gebruikt om de boeren een aanvullend inkomen te geven. Door deze en andere principes probeert Fairtrade te zorgen voor meer sociale rechtvaardigheid.

Ook al gaat de verkoop van veel fairtrade-producten vooruit, er is toch nog werk aan de winkel.

Maar dat wil daarom niet zeggen dat de strijd gestreden is van zodra een bedrijf beslist om voor fair trade te gaan. Fairtrade garandeert immers een minimumprijs, maar die volstaat enkel om de kosten voor een duurzame productie te garanderen. Gelukkig maakt de premie wél een duidelijk verschil. Maar dan nog kan het engagement van bedrijven beperkt zijn in tijd (na afloop van het contract wordt bijvoorbeeld het engagement niet vernieuwd) of in volumes.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Daarom streeft Fairtrade naar duurzame relaties, en werkt het samen met bedrijven projecten uit waarin expliciet gegaan wordt voor een leefbaar inkomen voor boeren. Die projecten zijn van groot belang, omdat hun impact heel verregaand kan zijn en bedrijven een duidelijker beeld krijgen hoe ze voor een leefbaar inkomen kunnen zorgen. Een principe dat ook binnen het multistakeholderpartnerschap Beyond Chocolate wordt gehanteerd, en waar bedrijven samen met ngo’s projecten opzetten om te werken op de verschillende parameters die het inkomen van de boer/-in  verhogen.

Daarnaast is de impact van Fairtrade uiteraard vooral afhankelijk van de verkoop van fairtradeproducten. En daar wringt toch nog steeds het schoentje. Ook al gaat de verkoop van veel fairtradeproducten vooruit, er is toch nog werk aan de winkel. Want inderdaad, 1 op 5 verkochte bananen in België is intussen fairtrade-gecertificeerd en ook voor cacao zit fairtrade-chocolade in de lift met een marktaandeel van ongeveer 9% in 2020.

Zeker geen slechte cijfers, maar dat wil wel zeggen dat er nog heel veel groei nodig is. Zo ook op koffie, waar Fairtrade in België in 2020 slechts een marktaandeel had van 3%, ondanks dat er meer dan 100 merken zijn in België die fairtrade-koffie verkopen.

Week van de Fair Trade nog steeds nodig

Vandaar dat de jaarlijkse Week van de Fair Trade belangrijk blijft. Om bedrijven, mensen en overheden te blijven wijzen op het belang van sociale rechtvaardigheid, en hoe ze daar aan kunnen bijdragen via het fairtradesysteem. Eerlijke handel is namelijk niet enkel een verhaal van consumenten en bedrijven, maar ook van overheden die het moeten aandurven om stappen vooruit te zetten, zodat elke vorm van handel “fair” wordt.

In een ideale wereld hebben we geen nood aan een label om te zeggen dat er geen kinderarbeid in onze chocolade zit.

In een ideale wereld hebben we immers geen nood aan een label om te zeggen dat er geen kinderarbeid in onze chocolade zit. Of zoals professor Jan Orbie aangeeft in de podcast Heeft het zin om Fair Trade te kopen van De Universiteit van Vlaanderen van enkele jaren terug: ‘Je vindt toch ook geen label terug op voedingsproducten dat stelt dat ze niet giftig zijn, je wéét dat gewoon.’

Dus laten we met z’n allen duidelijk maken dat we sociale rechtvaardigheid belangrijk vinden door onze producten waar het kan fair trade te kopen. Zo geven we een belangrijk signaal aan onze bedrijven en onze overheden, en wie weet wordt het fairtradelabel zo binnen onafzienbare tijd onnodig – want dan zal alle handel eerlijk zijn.

Koen van Troos is persverantwoordelijke van Fairtrade België.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift