‘De acties van de hongerstakers zijn fundamenteel democratisch’

‘De hongerstakers deblokkeerden onze stakende democratie’

© Belga

De hongerstaking in de Begijnhofkerk in Brussel, 31 mei 2021.

De hongerstaking in de Begijnhofkerk in Brussel werd na zestig dagen stopgezet. Volgens auteur en doctor in de Politieke Wetenschappen Pascal Debruyne kunnen we er lessen uit trekken voor onze democratie: ‘De hongerstakers daagden het gangbare asiel en-migratiebeleid uit.’

‘Regularisatiebeweging sans papiers krijgt Europese burgerschapsprijs van European Civic Forum’, kopt de krant BRUZZ. Het heeft bekendgemaakt dat het de ‘Union des Sans Papiers pour la Regularisation’ (USPR) heeft onderscheiden met de Civic Pride Award. Een opmerkelijke gebeurtenis, omdat het hier gaat om ‘niet-burgers’ die een burgerschapsprijs winnen.

De hongerstakers toonden ons dat ‘het politieke’ geenszins gelijk is aan ‘dé politiek’.

Mensen zonder wettig verblijf, zoals de hongerstakers in de Begijnhofkerk, zijn ‘niet-burgers’ of geen ‘citizens’, wat men in de literatuur benoemd als ‘denizens’. Het zijn mensen die overleven in de rafelrand van de democratie met beperkte rechten.

Toch raken hun burgerschapspraktijken de kern van de democratie. Ze tonen ons allen dat ‘het politieke’ geenszins gelijk is aan ‘dé politiek’. De hongerstakers deblokkeren een democratie die in staking is.

De kern van de democratie

De hongerstaking vertelt ons iets over de democratie als praktijk. De hongerstakers verkondigden met hun eisen wat een rechtvaardig migratiebeleid kan zijn. De mensen zonder wettig verblijf praktiseren een vorm van democratie.

Met de petitie van de beweging van mensen zonder papieren, ‘We are Belgium too’, doorbreken ze hun gedoogde bestaan als goedkope loonslaven in de schaduweconomie:

‘Wij kruisen elkaar regelmatig. Je kent ons als de moeder van de klasgenoot van je kind, als de kruidenier op de hoek van de straat, als de persoon die je kantoren schoonmaakt of je verwarmingsketel controleert. Net als jullie, werken we, betalen we huur, sorteren we ons afval… Kortom, we zijn gewone burgers. Eén ding is anders: in de ogen van de staat bestaan wij niet.’

En ze treden in het licht als politieke subjecten. Ze vragen de regularisatie van mensen zonder papieren in België op basis van duidelijke en permanente criteria zoals duurzame banden, werk, onverwijderbaarheid en het risico van de schending van een grondrecht in geval van terugkeer, evenals de oprichting van een onafhankelijke regularisatiecommissie.

In die zin belichamen de hongerstakers de kern van de democratie. Ze worden zelf de drager van ‘het politieke’ via zelfrepresentatie. Wat denkers als Jacques Rancière ‘subjectificatie’ noemen. Nochtans wordt net ‘dat’ ontkend in politieke kringen en media door verdachtmakingen over extreemlinkse organisaties die op de hongerstakers inpraten, die passieve pionnen zijn in hun strijd. Alsof zij niet voor zichzelf kunnen denken? Alsof ze zelfs geen legitiem politiek standpunt uiten?

Postpolitiek

De hongerstakers zijn een spiegel voor ‘de politieke orde’ zoals we die kennen, waar conflicterende meningsverschillen en de machtsstrijd daarrond, of ‘het politieke’, worden uitgeschakeld. Het beleid zoals we dat kennen wordt vandaag te vaak gepresenteerd als een natuurlijke orde, die boven elke mogelijke kritiek of meningsverschil staat. Op verschillende manieren verengen politieke actoren de rijkdom van ‘het politieke’ tot ‘dé politiek’.

Maken vrouwenstakingen, vakbondsstakingen of andere uitingen van collectieve actie geen deel uit van ons politieke landschap?

Ze doen dat ten eerste via taal. Het beleid en dito regelgeving wordt gepresenteerd alsof de andere kant ervan de volstrekte chaos is. Hyperbolische stellingen moeten elke mogelijke andere politieke verbeelding a priori delegitimeren: we zouden overspoeld worden door Afrika en de rest van de wereld, ons land wordt ‘het ocmw van de wereld’ tot ‘de opengrenzenlobby’ die elk beleid onmogelijk maakt.

Een andere vorm van depolitisering is de democratie verengen tot de geijkte instituties zoals de regering, het parlement en partijen. Maar evengoed het beleidswerk binnen de administraties en kabinetten.

Het is een vorm van politiek waarbij het regeerakkoord functioneert als een soort bijbel. Een bijbel die zo heilig is dat de betrokken partijen het compromis van het Vivaldi-regeerakkoord beheren, gaan verwarren met het eigen politieke programma. De afstand tussen partij en regeringsakkoord vervalt. Parlementairen doen vandaag alleen nog goedgekeurde tussenkomsten binnen het beheer van het regeerakkoord.

Daardoor lijkt er ook geen democratie meer buiten de geijkte instituties van de parlementaire democratie te bestaan. Vlaams minister van Werk Hilde Crevits verwoordt deze postpolitieke vernauwing van democratie op Twitter: ‘In een democratie worden de regels gemaakt in het parlement en in de regering. Niet via een hongerstaking. 'SammyMahdi neemt verantwoordelijkheid in een ontzettend moeilijk dossier.’ Quid vrouwenstakingen, vakbondsstakingen of andere uitingen van collectieve actie? Zijn die niet deel van ons politieke landschap?

De hongerstakers breken in op die postpolitieke orde die bepaalt wat zichtbaar en onzichtbaar is, wat zegbaar en onzegbaar is en hoorbaar of onhoorbaar. Democratie wordt ook en vooral belichaamd door ‘diegenen die nog niet behoren’ tot de bestaande politieke orde. Denk aan Rosa Parks die in 1955 opstaat in de bus, waarbij ze weigerde haar zitplaats in het voor zwarten gereserveerde deel achterin af te staan aan blanke passagiers.

Recht is geen rechtvaardigheid

De eisen van de hongerstakers doorbreken ook een interpretatie van een onaanraakbare en feilloze rechtspraktijk. Staatssecretaris Mahdi bijvoorbeeld stelt dat de criteria tot verblijf helder en duidelijk zijn in alle andere verblijfsprocedures: arbeidsmigratie met een vlotte procedure via een uniek loket die toegang geeft tot knelpuntberoepen, studie, gezinshereniging, asielaanvraag en een beschermingsstatuut voor minderjarigen. De regularisatie blijft de uitzondering op de regel, stelt hij.

Met deze hongerstaking doorbreken ook mensen zonder wettig verblijf de bestaande orde. Daarmee tonen ze als de dragers van het politieke vooral hoe ze zélf willen gezien, gehoord en begrepen worden.

De simplistische retoriek over ‘de geijkte vlotte procedures’ waarop mensen kunnen terugvallen, is opvallend. Voldoen die ‘geijkte procedures’, en zeker al de procedure humanitaire regularisatie, aan de zogenaamde ‘5B’s van toegankelijkheid’? Zijn ze bereikbaar, betaalbaar, begrijpbaar, beschikbaar & bruikbaar?

Alsof er geen drempels zijn ingebouwd, allleen al in de geijkte regularisatieprocedures 9Bis voor humanitaire regularisatie en 9ter voor medische regularisatie? Alsof de discretionaire bevoegdheid niet kan omkaderd worden door een commissie van advies en onafhankelijke beroepscommissie?

Wie doet alsof procedurele rechtvaardigheid de regel is, maakt zichzelf iets wijs.

En borstelen we dan de kritische vragen opzij over arbeidsmigratie in het Myria Jaarrapport van 2020 in het hoofdstuk over ‘Economische migratie, vrij verkeer en studenten’? Daar worden de restrictieve invulling van arbeidsmigratie, de beperkte categorieën van werknemers die worden toegelaten (vooral hooggeschoolden en wat minder middengeschoolden), de aanhoudende administratieve problemen en de moeilijke switch tussen werkgevers die arbeidsmigranten in een precaire positie houden, besproken. Wat de regering(en) erg recent uitbouwden inzake arbeidsmigratiebeleid, is trouwens geen antwoord op de vele arbeidsmigranten zonder papieren die al in ons land verblijven.

Het asiel en-migratiebeleid kent een totaal gebrek aan doorwaadbare grenzen, een gebrek aan visa die men kan aanvragen vanuit het buitenland, restrictieve manieren waarop men rechten en bescherming toekent, veranderende risicoanalyses over veiligheid in bepaalde landen zoals Palestina (Gaza) en El Salvador en een reeks administratieve drempels die zijn ingebouwd in de diverse legale en veilige toegangswegen.

Maar we kunnen ook kijken naar de gebrekkige juridische ondersteuning en de voortdurende afbouw van rechtstreeks toegankelijke juridische hulpverlening. Er is bovendien niet meer geïnvesteerd in toekomstoriëntatie voor uitgeprocedeerde mensen zonder wettig verblijf. De Vlaamse regering schrapte recent zelfs de doelgroep van mensen zonder wettig verblijf uit het nieuwe ontwerpdecreet van ‘Inburgering en Integratie’. Daarnaast werd de regularisatieaanvraag betalend.

Het zijn maar enkele voorbeelden die de politieke dimensies achter ‘de vlotte geijkte procedures’ aantonen. Wie doet alsof procedurele rechtvaardigheid de regel is in het beleid en de procedures voor migratie en-vreemdelingenrecht, maakt zichzelf iets wijs. Waarom staat het herschrijven van het migratiewetboek en een audit van de Dienst Vreemdelingenzaken en de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen trouwens anders in het regeerakkoord?

Een andere verbeelding

Meer dan ooit wordt het asiel en-migratiebeleid op leest van een verrechtst politiek klimaat geschoeid, waarin de angst voor extreemrechts het beleid voorstuwt. Dit leidt tot steeds meer restricties en nieuwe drempels die mee tot onwettig verblijf leiden.

De rechtsdefinities die bepalen wie hier wettig of onwettig verblijft, zijn onderhevig aan de alledaagse politieke en administratieve praktijk waarin ‘wettig verblijf’ voortdurend gedefinieerd en geherdefinieerd worden; zowel formeel als informeel.

De hongerstakers daagden het gangbare asiel en-migratiebeleid uit, dat vorm krijgt met de hete adem van uiterstrechts in de nek.

Het lijkt soms alsof er geen politiek gedragen rechtsuitbreiding mogelijk is van de bestaande (beperkt geratificeerde) mensenrechten voor mensen zonder wettig verblijf, waardoor deze levens uit de schaduw kunnen treden? Alsof we het misbruik van deze mensen via zwartwerk niet willen proberen stopzetten?

Net omdat die structurele en politieke kwesties buiten het plaatje worden gehouden, gooien mensen zonder wettig verblijf hun laatste mogelijke wapen in de strijd. Ze doen dat met hun lichamen als ‘weapons of the weak’ zoals de antropoloog James Scott zou zeggen. Waar ze echter op stoten is een politieke orde die mensen zonder wettig verblijf reduceert tot passieve objecten.

De hongerstakers verbeelden niet alleen een andere democratie. Ze tonen ons dat er achter de façade van de rechtsstatelijke democratie een brute soevereine macht werkzaam is, die beslist over leven en dood. Een onzichtbare dimensie van de zelfgenoegzame liberale democratie, waar mensen zonder papieren en burgers met precair verblijfsrecht onderhevig zijn aan ‘de despotische trekken in het bestuurlijk model ten opzichte van vreemdelingen’, zoals advocaat Benoit Dhondt ze omschrijft.

In die zin zijn de acties van de hongerstakers fundamenteel democratisch: ze deblokkeren de stakende democratie en het soort ‘burgerschap’ dat door natiestaten wordt begrensd, met een pleidooi voor rechten die universeel en onvervreemdbaar zouden moeten zijn.

Pascal Debruyne is auteur en doctor in de Politieke Wetenschappen. Hij doet onderzoek over asiel en migratie, met focus op gezinshereniging aan het Kenniscentrum Gezinswetenschappen (Odisee).

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift