‘Wat de Deense overheid nu doet is cherrypicking’

Heeft Denemarken gelijk dat het Syrische vluchtelingen wil terugsturen naar Damascus?

Annette Dubois Annette Dubois Follow

Een masker met de beeltenis van Syrisch president Assad blijft achter na een betoging in Genève, Zwitserland, januari 2014. ‘De Deense overheid erkent het Assad-regime niet. Het noemt het een moordlustig en dictatoriaal regime, die haar eigen populatie vermoordt. Om nu te zeggen dat het veilig is om terug te keren naar datzelfde regime valt moeilijk uit te leggen.’

Denemarken trekt als eerste EU-lidstaat verblijfsvergunningen van Syrische vluchtelingen in. Verschillende mensen die vluchtten uit de ‘veilige’ regio Damascus werden al verzocht om vrijwillig terug te keren. Zijn er redenen om te twijfelen aan het Deense terugkeerbeleid? ‘Wat de Deense overheid nu doet, is cherrypicking.’

In april verscheen er een open brief aan het adres van de Deense overheid met de boodschap: ‘We herkennen onze visie niet in de conclusies van de (Deense) regering. We zijn evenmin van mening dat het Syrische vluchtelingenbeleid van Denemarken de werkelijke omstandigheden ter plaatste volledig weerspiegelt.’

Het zijn de woorden van 11 (van de 12) experten die geïnterviewd werden door de Deense Vluchtelingenraad over de algemene situatie in en rond de Syrische stad Damascus. Hun verklaringen werden gebruikt in een landenrapport dat moest aantonen dat het veilig genoeg is voor vluchtelingen om terug te keren naar die regio.

Met hun open brief distantiëren de experten zich van de Deense beslissing om tijdelijke verblijfsvergunningen in te trekken van verschillende Syrische vluchtelingen die uit de ‘veilige’ provincie Damascus komen.

Minstens 380 Syrische vluchtelingen kregen te horen dat ze niet langer konden rekenen op de bescherming van Denemarken.

Tussen 1 januari en 1 april kregen minstens 380 Syrische vluchtelingen te horen dat ze niet langer konden rekenen op de bescherming van Denemarken. Ondertussen wachten nog honderden Syriërs die in Denemarken gevestigd zijn op een uitspraak over hun verblijfsstatus. Mensen van wie de verblijfsvergunning ingetrokken wordt, krijgen van de Deense overheid het verzoek om ‘vrijwillig’ terug te keren naar de ‘veilige regio’s’.

Subsidiaire bescherming

Het gaat om Syrische oorlogsvluchtelingen die in Denemarken een subsidiair beschermingsstatuut kregen. Volgens de Deense autoriteiten hebben zij niet langer recht op bescherming omdat de situatie in de regio stabiel genoeg zou zijn.

‘De Vluchtelingenraad concludeerde dat de regio in en rond Damascus zo verbeterd is, dat de nood voor bescherming voor mensen die niet persoonlijk vervolgd werden, maar een tijdelijke verblijfsvergunning kregen op basis van de algemene omstandigheden, ophoudt te bestaan’, liet Deens minister van Immigratie en Integratie Mattias Tesfaye (Socialdemokraterne) ons per mail weten.

Vooral vrouwen, ouderen en kinderen kunnen niet langer rekenen op een verblijfsvergunning. Mannen onder een bepaalde leeftijd kunnen namelijk nog steeds opgeroepen voor het leger of zouden vervolgd kunnen worden voor desertie.

Officieel erkent Denemarken het Assad-regime niet. ‘Die beoordeling is gebaseerd op een analyse en een beleid dat Denemarken deelt met onze naaste bondgenoten in Europa en de VS’, aldus Tesfaye. Omdat het land geen diplomatieke relaties onderhoudt met Syrië kan het mensen niet dwingen om terug te keren.

Daarom willen de Deense autoriteiten inzetten op de begeleiding van vrijwillige terugkeer. Iedere Syriër die vrijwillig terugkeert kan een aanvraag indienen voor financiële steun, gemiddeld 175.000 Deense kronen (ongeveer 23.000 euro). Wie weigert terug te keren belandt in zogenaamde ‘vertrekcentra’.

Is Damascus veilig genoeg?

In december van 2019 kreeg de Deense overheid groen licht van de Vluchtelingenraad om verblijfsvergunningen van Syriërs afkomstig uit de stad Damascus in te trekken. De Raad besloot dat ‘de omstandigheden in Damascus niet meer zo ernstig zijn dat er grond is voor het verlenen of verlengen van een tijdelijke verblijfsvergunning’.

De Deense minister van immigratie en integratie, Mattias Tesfaye, vroeg in de zomer van 2020 om de herziening van tijdelijke verblijfsvergunningen van honderden Syrische vluchtelingen afkomstig uit Damascus te versnellen. ‘Vorig jaar keerden bijna 100.000 vluchtelingen uit de omliggende landen terug naar Syrië. Natuurlijk moeten hun landgenoten, die bescherming kregen in Europa, ook naar huis terugkeren als de omstandigheden in Syrië dat toelaten’, was Tesfaye duidelijk.

Het Deense terugkeerbeleid kwam in een stroomversnelling toen de geografische ‘veilige zone’ werd verruimd. Op basis van nieuwe rapporten besloot de Vluchtelingenraad afgelopen maart dat de situatie in de volledige provincie Damascus veilig genoeg zou zijn om terug te keren.

Het landenrapport van de Deense Vluchtelingenraad stelt: ‘Sinds de Syrische overheid in mei 2018 de volledige controle herwonnen heeft over de provincie Damascus, is de veiligheidssituatie significant verbeterd.’ In het rapport wordt beargumenteerd dat er ‘geen incidenten waren, zoals luchtaanvallen, gewapende conflicten of opstandige aanvallen’.

Volgens de experten die meeschreven aan het landenrapport is het Assad-regime zelf de grootste bedreiging voor de veiligheid.

Maar volgens de experten, die bijdroegen aan het rapport, is het feit dat ‘Damascus sinds mei 2018 geen actief conflict meer heeft gekend’ geen reden om ervan uit te gaan dat de regio veilig is. In hun open brief laten de experten verstaan dat de condities in en rond Damascus niet stroken met ‘een veilige, waardige en vrijwillige terugkeer’.

Zij noemen het Assad-regime zelf de grootste bedreiging voor de veiligheid van terugkerende vluchtelingen. ‘De Syrische regering en haar veiligheidsapparaat vervolgden degenen die afwijkende meningen uitten of oppositie voerden, consequent. Onder meer door middel van willekeurige detentie, foltering en intimidatie van critici en hun familieleden. Ondanks amnestieverklaringen en verklaringen van het tegendeel liet de Syrische regering nog geen verandering in haar gedrag zien’, laten de experten weten.

‘Situatie is onveranderd’

Ammar Hamou, hoofdredacteur van de onafhankelijke media-organisatie Syria Direct, was een van de experten die werd aangehaald in het landenrapport. Toen de oorlog uitbrak, vluchtte hij vanuit het platteland rond Damascus naar Jordanië. Hij brengt verslag uit over de situatie in Syrië sinds de Syrische revolutie in 2011.

Hamou vertelt aan MO* dat hij betreurt hoe hij geciteerd werd in het bewuste rapport: ‘De immigratiedienst heeft mijn opmerkingen opgenomen zonder context’, klinkt het. ‘Het leek alsof ik zei dat het veilig is in Damascus, terwijl ik meerdere keren het tegendeel heb beweerd. Ik zei bijvoorbeeld dat de regio Damascus veiliger was dan Daraa, maar enkel op het vlak van moorden.’

‘De immigratiedienst heeft mijn opmerkingen geciteerd zonder context.’

Het rapport besteedt volgens Hamou te weinig aandacht aan de wanpraktijken van het Assad-regime. ‘Ik heb mensen genoemd die werden gearresteerd bij hun terugkeer naar Syrië, maar dat werd niet opgenomen in het rapport.’

‘In en rond Damascus vinden nog altijd arrestaties plaats. Afgelopen mei werden nog meer dan 160 mensen gearresteerd. De arrestaties zijn nooit opgehouden’, stelt Hamou duidelijk. ‘Bij de presidentiële verkiezingen in mei werden nog verschillende burgers in verschillende Syrische provincies vastgehouden en verplicht om op Bashar al-Assad te stemmen.’

‘Geen bommen, wel arrestaties en martelingen’

Ook Suhail al-Ghazi, onderzoeker voor The Tahrir Institute for Middle East Policy werd geïnterviewd voor het landenrapport. ‘Het klopt dat de veiligheidssituatie in Damascus verbeterd is. Er zijn geen bommen en gevechten meer, maar dat wil niet zeggen dat terugkerende vluchtelingen veilig zijn. Het Syrische regime heeft sinds 2011 duizenden Syriërs vastgehouden en gemarteld. Die situatie is onveranderd gebleven tot op dit moment’, vertelt hij aan MO*.

Hij vreest ook dat terugkerende Syriërs nog meer geviseerd zullen worden. ‘Je zag in de Syrische media het narratief opduiken dat mensen die Syrië verlaten hebben verraders zijn. Omdat ze zijn gevlucht van het gevecht en hun thuisland niet verdedigden.’

De Deense overheid belooft terugkerende vluchtelingen financiële steun. Die kan hen tot makkelijke slachtoffers van afpersing maken.

Afpersing is volgens hem een van de grootste problemen waar mensen in Syrië vandaag mee te kampen krijgen. De financiële steun die de Deense overheid belooft zou volgens al-Ghazi van terugkerende vluchtelingen makkelijke slachtoffers maken. ‘Mensen die terugkeren zullen afgeperst worden door de autoriteiten. Als milities weten dat mensen terugkeren uit Europa, zullen ze ervan uitgaan dat die veel geld hebben.’

Ondertussen wordt het landenrapport niet meer genoemd in de officiële communicatie van de Deense overheid. In een mail noemt het Deense ministerie van immigratie en integratie drie andere rapporten die hun terugkeerbeleid onderschrijven.

Martin Lemberg-Pedersen, assistent-professor in het centrum voor Advanced Migration Studies in Kopenhagen, noemt het vernoemen van nieuwe rapporten ‘een lui argument’.

‘Een tijdlang was een rapport van het Syrische leger de enige hoofdbron die de claim van Denemarken onderschreef’, laat hij weten. ‘Het officiële standpunt is gebaseerd op een aantal rapporten die het Deense standpunt bevestigen. Naast hun eigen rapporten is er een database van honderden rapporten die ze niet noemen. Je moet een grote en diverse massa gegevens hebben om een gedegen beeld te krijgen van de situatie. Wat de Deense overheid nu doet is cherrypicking.’

Internationale kritiek

Het terugkeerbeleid van Denemarken oogstte veel kritiek. Mensenrechtenorganisaties, EU-wetgevers en VN-vluchtelingenorganisaties spraken zich al uit over de kwestie.

In een brief aan de Deense eerste minister Mette Frederiksen betuigden verschillende EU-wetgevers ‘grote spijt en onbegrip voor de ontwikkelingen in het Deense migratiebeleid’. De brief werd ondertekend door 33 Europese wetgevers uit 12 landen. Ze wezen Denemarken erop dat de ‘relatieve verbetering van de veiligheidssituatie op het terrein, niet stabiel en duurzaam genoeg is om vluchtelingenstatuten stop te zetten op basis van Artikel 1C (5) van de Vluchtelingenconventie in 1951’.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Ze verwezen naar een rapport van Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen van de Verenigde Naties (UNHCR) uit maart. Daarin werd duidelijk gemaakt dat UNHCR blijft oproepen om Syriërs niet gedwongen terug te sturen, ‘ongeacht of de regio in handen is van de overheid of een ander staat of entiteit’.

Ondanks de kritiek blijft Denemarken standvastig in haar repatriëringsbeleid. Minister van Immigratie Tesfaye maakte zich sterk dat de uiteindelijke terugkeer van Syrische vluchtelingen altijd deel was van het plan. ‘Wij hebben Syrische vluchtelingen van in het begin duidelijk gemaakt dat de verblijfsvergunningen tijdelijk waren en dat ze ingetrokken konden worden wanneer bescherming niet langer nodig was.’

‘De aanpak van de Deense overheid is gericht op het bieden van bescherming voor zij die het nodig hebben. Maar als de situatie in hun thuisland verbetert, dan moeten voormalige vluchtelingen terugkeren naar hun thuisland en hun leven terug opbouwen’, vervolgde Tesfaye.

Hij weert de kritiek van de EU-wetgevers en de VN-vluchtelingenorganisaties door te stellen dat Denemarken niemand verplicht om terug te keren. ‘Wat gedwongen terugkeer naar Syrië betreft bevinden we ons momenteel in uitzonderlijke omstandigheden. In het belang van het Deense buitenlandbeleid, besloot Denemarken om op dit moment geen gedwongen terugkeer naar Syrië uit te voeren.’

Paradoxaal beleid

Martin Lemberg-Pedersen noemt de positie van Denemarken een paradox. ‘De Deense overheid erkent het Assad-regime niet. Het noemt het een moordlustig en dictatoriaal regime, die haar eigen populatie vermoordt. Om nu te zeggen dat het veilig is om terug te keren naar datzelfde regime valt moeilijk uit te leggen.’

‘De Deense overheid noemt het Assad-regime een moordlustig en dictatoriaal regime. Om te zeggen dat het veilig is terug te keren valt moeilijk uit te leggen.’

De meeste vluchtelingen die niet vrijwillig terug willen keren naar Syrië eindigen voor onbepaalde tijd in zogenaamde ‘vertrekcentra’. ‘Het Deense deporatiesysteem is erg hard’, meent Lemberg-Pedersen. De vertrekcentra zijn gemaakt om het leven onaangenaam te maken, omdat mensen zich genoodzaakt zouden voelen om alsnog te vertrekken. ‘Je wordt verplicht om onder zeer strenge regels te leven in de hoop dat je zelf de beslissing neemt om te vertrekken. Het is een manier om de vrijwillige terugkeer te motiveren’, klinkt het.

De vertrekcentra worden inhumaan genoemd door critici, gaat Lemberg-Pedersen verder. ‘Je moet je op verschillende tijdstippen registreren, je mag niet zelf koken en je mag geen koelkast hebben. De centra zijn vaak ook ver verwijderd van lokale gemeenschappen. Je krijgt niet genoeg geld om de bus of trein te nemen. Soms moeten mensen meer dan 7 kilometer wandelen om een dichtstbijzijnde markt te bereiken.’

Het deportatiesysteem weegt op de samenleving. Verschillende mensen die in vertrekcentra belanden raken verzeild in de illegaliteit. ‘Sommigen besluiten om ondergronds te gaan, omdat ze niet willen dat hun familie in deze omstandigheden moet leven. Sommigen blijven in Denemarken en werken illegaal, zonder bescherming. Anderen zijn afhankelijk van de steun van familie en vrienden’, aldus Lemberg-Pedersen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3153   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift