Een fragment uit "Van liefdadig naar rechtvaardig", het nieuwe boek van Els Hertogen

‘Volg het geld! Internationale solidariteit kan niet zonder economische herverdeling’

DFID / Pete Lewis/ Department for International Development (CC BY 2.0)

Het Globale Noorden ontwikkelt het Globale Zuiden door hulp te geven. Het is een idee waar velen rotsvast van overtuigd zijn. Klopt niet, zegt economisch antropoloog Jason Hickel, het is net andersom. Het Globale Zuiden ontwikkelt het Globale Noorden. Een fragment uit Van liefdadig naar rechtvaardig, het nieuwe boek van Els Hertogen.

De Brit Jason Hickel is auteur, fellow van de Royal Society of Arts en schrijft regelmatig voor The Guardian en Foreign Policy. Zijn meest recente boek The Divide onderzoekt de historische en politieke drijfveren van ongelijkheid en armoede. In dit eerste hoofdstuk van ons boek neemt Hickel je mee in het verhaal over hoe geld en middelen werkelijk over de wereld reizen. Hickels conclusie? Internationale solidariteit kan niet zonder economische herverdeling. Dit hoofdstuk is gebaseerd op een gesprek met Hickel.‘Een weeshuis of een waterput. Ergens in Afrika.’ Dat hoor ik mijn studenten tijdens hun eerste weken aan de universiteit vaak zeggen. In hun sabbatjaar geven ze veel geld uit aan een reis naar een Afrikaans land. Vol energie willen ze er iets doen tegen armoede. Hoe meer westerse hulp immers naar het Zuiden vloeit, hoe sneller de problemen kunnen opgelost worden. Zo gaat hun redenering toch. Al tijdens de eerste les stel ik ze echter teleur. Maar ontmoedigd? Neen, dat moeten mijn studenten niet zijn. In de plaats van hun idee komt immers iets veel waardevoller én uitdagender.

Als je in een westers land bent opgegroeid, hoorde je ongetwijfeld ooit een versie van het volgende verhaal. De grote lijnen gaan zo: ‘In 1800 staat Europa plotsklaps aan het begin van een spectaculaire periode. De industriële revolutie. Ongeziene innovaties, goed bestuur en eigen intelligentie brengen het continent naar nieuwe hoogten. Een tijdperk van industrialisatie, massaproductie en groei.

En toen, op een dag, keken de westerse leiders over de grenzen van het Europees continent. Wat ze ontdekten? Arme en onderontwikkelde landen in het Zuiden. “Wat erg”, klonk het in koor. “Laten we helpen.” En barmhartig als ze waren, kwam er een hulpstroom op gang van Noord naar Zuid.’

Als dat verhaal je bekend in de oren klinkt, val ik met de deur in huis: er klopt niets van. Laten we het échte verhaal vertellen. Dat start niet in 1800, maar wel driehonderd jaar eerder, in 1500.

Plundertocht van driehonderd jaar

Data die teruggaan tot het jaar 1500 tonen aan dat er helemaal geen kloof was tussen het Noorden en het Zuiden, in termen van menselijke ontwikkeling. In feite hadden mensen in het Zuiden langere en gezondere levens dan hun tegenhangers in het Noorden, zeker in Azië.

Toch is de situatie enkele honderden jaren later volledig gekeerd. Er volgden hongersnoden, velen werden ziek en de economie was op sterven na dood. Waar kwam die armoede opeens vandaan? Viel ze op een toevallige dag plots uit de lucht? Absoluut niet. De armoede in het Globale Zuiden werd gecreëerd. Gecreëerd door een koloniaal economisch systeem dat meer dan driehonderd jaar lang een ware plundertocht mogelijk maakte en waarbij Europa zich verrijkte met grondstoffen en arbeidskrachten uit het Zuiden.

De gemene deler is steeds dezelfde: het Westen eigende zich land, arbeid en grondstoffen uit de koloniën toe, om zijn eigen verrijking mogelijk te maken. Een nietsontziende plundertocht.

Laten we een voorbeeld nemen. De industrialisatie van Groot-Brittannië hing sterk af van katoen. En toch groeide dat katoen niet in dat land, noch elders in West-Europa. Het groeide in zuidelijke landen. Het belangrijkste product van de industriële revolutie werd geproduceerd door tot slaaf gemaakte Afrikanen, op land dat gestolen werd van inheemse volkeren. En katoen is slechts één voorbeeld.

Hetzelfde geldt voor suiker, goud, rubber en vele andere producten. De gemene deler is steeds dezelfde: het Westen eigende zich land, arbeid en grondstoffen uit de koloniën toe, om zijn eigen verrijking mogelijk te maken. Een nietsontziende plundertocht.

Soms zijn de bedragen werkelijk verbluffend. Tijdens de koloniale periode haalden Britse kolonisten in India het equivalent op van 45.000 miljard dollar. Dat geld werd gebruikt om de binnenlandse uitgaven in Groot-Brittannië zelf te financieren: voor openbare gebouwen, straatverlichting, parken, bruggen en ziekenhuizen. Hetzelfde geldt voor Portugal, Frankrijk, Nederland en België.

Het verhaaltje dat de industriële revolutie op eigen Europese kracht en vernuft plaatsvond? Niets van aan. Het idee dat rijkdom in het Globale Noorden losstaat van de armoede in het Globale Zuiden? Onzin. De “derde wereld” werd gecreëerd.

Dood en ontmanteling

De menselijke en economische gevolgen in het Globale Zuiden waren en zijn dramatisch. Alle grondstoffen werden uit landen gezogen, er vond massale onteigening plaats, net als genocide, en miljoenen mensen werden tot een slavenbestaan gedwongen. De cijfers zijn bijna niet te vatten.

Neem nu het eiland Hispaniola, waar zich vandaag Haïti en de Dominicaanse Republiek bevinden. De lokale bevolking – de Arawaks – werden er massaal als slaven ingezet, om te werken in goudmijnen. Om de zes maanden stierf een derde van de arbeiders.

In andere LatijnsAmerikaanse landen voltrok zich ruwweg hetzelfde verhaal. Op het volledige Latijns-Amerikaanse continent leefden er in 1492 naar schatting tussen de 50 en 100 miljoen mensen. Tegen het midden van de zeventiende eeuw slechts 3,5 miljoen. Maar liefst 95 procent stierf.

Voordat de Britten arriveerden, bedroeg het aandeel van India in de wereldeconomie 27 procent. Tegen de tijd dat de Britten vertrokken, was het tot 3 procent geschrompeld. Groot-Brittannië heeft India onderontwikkeld.

Ondertussen werden in Afrika tussen de 12 miljoen en 15 miljoen Afrikanen over de Atlantische Oceaan verscheept. 1,2 tot 2,4 miljoen stierven onderweg, onder het dek van slavenschepen. Ook de economische gevolgen waren rampzalig. Tussen 1870 en 1913 groeide het inkomen per hoofd van de bevolking in Azië (exclusief Japan) met slechts 0,4 procent per jaar. In Afrika bedroeg de inkomensgroei per hoofd van de bevolking slechts 0,6 procent per jaar. De inkomens in West-Europa, daarentegen, groeiden drie tot vier keer zo snel als in de gekoloniseerde wereld.

En alsof dat nog niet erg genoeg was, viel ook nog eens het westerse oog op de enorme markt die voor het grijpen lag in het Globale Zuiden – tenminste, als de lokale industrieën de kop werden ingedrukt. Tijdens de koloniale periode ontmantelde het Westen actief en massaal Aziatische artisanale industrieën.

In India werd de textielindustrie neergehaald. In China werden de opiumoorlog en het daaropvolgende verdrag gebruikt om de Chinese industrieën te vernietigen en het land te dwingen zijn grenzen open te zetten voor westerse import. Voordat de Britten arriveerden, bedroeg het aandeel van India in de wereldeconomie 27 procent. Tegen de tijd dat de Britten vertrokken, was het tot 3 procent geschrompeld. Groot-Brittannië heeft India onderontwikkeld.

“Gerechtvaardigde” staatsgrepen

Maar dan, ruwweg in het midden van de twintigste eeuw, waait een dekoloniseringsgolf over de wereld. Het had het begin van het einde van de ongelijke economische verhouding tussen Noord en Zuid kunnen zijn. Een momentum voor verandering!

In Brazilië, Uruguay, Ghana, Kenia, Tanzania, Indonesië … schoten nieuwe, postkoloniale regeringen als paddenstoelen uit de grond, die een progressief economisch beleid uitrolden. Ze voerden tarieven in om hun markten te beschermen tegen de ondermijning van westerse concurrenten, ze verstrekten subsidies om hun industrieën te ondersteunen, ze voerden landhervorming in door het land terug te geven aan de mensen, ze stemden nieuwe arbeidswetten, ze beslisten hogere lonen uit te keren, ze verzekerden toegang tot openbare diensten, onderwijs en woningen …

Hun doel? Het economisch beleid van de westerse kolonisatie terugdraaien. En het werkte. Het reële inkomen per hoofd van de bevolking in het Globale Zuiden steeg in de jaren 1960 en 1970 met gemiddeld 3,2 procent per jaar – tweemaal zoveel als in westerse landen tijdens diens industriële revolutie.

Het populaire discours dat het Westen wel moest tussenkomen, omdat postkoloniale landen slecht werden gemanaged door corrupte leiders en elites, klopt niet.

Ook sloegen ze de handen in elkaar. In 1961, midden Koude Oorlog, verenigden ze zich als ‘niet-gebonden landen’. In 1973 namen ze dan een reeks voorstellen aan, die hun recht bevestigden om een eigen economisch beleid te voeren, in hun eigen nationaal belang, zonder angst voor vergelding door westerse landen: de Nieuwe Internationale Economische Orde (NIEO).

Het spreekt voor zich dat het Westen verveeld zat met die nieuwe ontwikkelingen. Als deze progressieve, keynesiaanse ideeën effectief uitgerold werden, zou het over en uit zijn met de gemakkelijke toegang tot goedkope arbeidskrachten en ruwe grondstoffen. Ze lieten het er dus niet bij, en gaven openlijk politieke en vaak militaire steun aan oppositiekrachten die wél op de westerse economische lijn zaten.

Niet zelden resulteerde dat in gewelddadige staatsgrepen. In de jaren 1950, 1960 en 1970 werden zo tal van leiders afgezet (of vermoord). Sukarno in Indonesië, Salvador Allende in Chili, Patrice Lumumba in Congo, Milton Obote in Uganda.

Het populaire discours dat het Westen wel moest tussenkomen, omdat postkoloniale landen slecht werden gemanaged door corrupte leiders en elites, klopt niet. Veel van de meest corrupte leiders in Afrika zijn door westerse mogendheden geïnstalleerd. Lumumba werd vervangen door Mobutu, een van ‘s werelds beroemdste dictators en openlijk gesteund door Ronald Reagan.

In Uganda werd Idi Amin – een andere beroemde dictator – aan de macht geholpen door het Verenigd Koninkrijk. Ook was er Franceafrique … Het geheimzinnige Franse plan om de verkiezingen in West-Afrika te controleren, na het einde van het kolonialisme. De Fransen kozen de meeste West-Afrikaanse leiders zorgvuldig uit, allemaal beroemd wegens hun corruptie

Hetzelfde gaat trouwens op met dat andere populaire discours, waarbij staatsgrepen werden gerechtvaardigd, omdat vele postkoloniale landen een communistische bedreiging vormden voor het Westen. In werkelijkheid vormde geen enkel land een geloofwaardige geopolitieke bedreiging voor het Westen tijdens de Koude Oorlog, behalve Rusland.

De ware doelstelling van de vaak gewelddadige interventies en staatsgrepen was voor een groot deel economisch: de toegang tot goedkope arbeidskrachten en ruwe grondstoffen verzekeren.

Dit fragment is gebaseerd op een gesprek met Jason Hickel.

Van Liefdadig naar rechtvaardig. 11 Stemmen over de toekomst van internationale solidariteit van 11.11.11-directeur Els Hertogen is verschenen bij Lannoo Campus.

Lezers van MO* kunnen dit boek bestellen met 10% korting en gratis verzending. Bestel hier en voeg het boek toe aan je winkelmandje. Voer de code RECHTVAARDIG_MO in en de korting wordt automatisch verrekend. Geldig tot 31/8/2021.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift