Catch Up!

Spelenderwijs leren lezen en schrijven in Zambia

© Line Kuppens

Eind 2018 trok de Wereldbank aan de alarmbel: wereldwijd gaan er meer kinderen dan ooit naar school, maar ze leren weinig tot niets. Veel kinderen in het zesde leerjaar in landen zoals Zambia kunnen amper lezen en rekenen. Catch Up wil deze kinderen een kans geven om hun leerachterstand in te halen. In de plaats van leerlingen in te delen volgens leeftijd, worden ze samengezet – gedifferentieerd - volgens niveau. Spelenderwijs leren ze lezen, schrijven en rekenen op hun niveau. Een simpel idee? Bijzonder effectief!

In Kalomo, Zambia zitten 26 kinderen tussen tien en twaalf jaar dicht op elkaar gepakt onder een grote boom op de speelplaats voor Catch Up. De leerkracht hangt een grote tabel op met de meest voorkomende lettergrepen in Chitonga, de lokale taal. Een voor één leest ze de lettergrepen voor terwijl ze de overeenkomende lettergreep aanduidt. Ook de leerlingen duiden de lettergrepen aan op een kleine versie van de tabel. © Line Kuppens

Daarna veren ze op om het letterspel te spelen, een variant op zakdoekleggen. In de plaats van een zakdoek gaat een mandje rond met lettergrepen. Wie het mandje in handen heeft als het liedje stopt, moet een lettergreep trekken en voorlezen. ‘De kinderen spelen, maar ondertussen leren ze ook lezen’, legt de leerkracht uit. Ik geniet van het enthousiasme van de leerlingen, maar verbaas me over hun niveau. Sommige kinderen lukt het niet om lettergrepen te lezen.

In Zimba, in een klein afgelegen schooltje tekent de leerkracht twee cirkels op de betonnen vloer. In de kleinste cirkel schrijft ze ‘eenheden’. De grote cirkel wordt ‘tientallen’ gedoopt. Daarna gooit ze acht steentjes in de cirkels. De leerlingen tellen de stenen per cirkel. Vijf stenen in de grote cirkel en drie stenen in de kleine cirkel: dat is 53.

In groepjes tekenen de leerlingen hun eigen cirkels op de grond. Eén voor één gooien ze de steentjes en berekenen welk getal ze geworpen hebben. Enkele kinderen halen tientallen en eenheden door elkaar, hun vrienden verbeteren hen. Een mooi voorbeeld van coöperatief leren.

Zambia zocht een antwoord op de leercrisis: 44 procent van de leerlingen uit het zesde leerjaar, bleek nog steeds analfabeet

In 2016 experimenteerde Zambia voor het eerst met Catch Up. Het land zocht een antwoord op de leercrisis: 44 procent van de leerlingen uit het zesde leerjaar bleek nog steeds analfabeet, en 67,3 procent bleek enkel te slagen op het niveau van opkomende cijfergeletterdheid. Grote boosdoener? Teaching to the top. Net als in vele anderen landen bepalen nationale examens in Zambia of leerlingen mogen doorstromen naar het middelbaar. Ook leerkrachten worden geëvalueerd op basis van de examenresultaten. Hun aandacht gaat daarom vooral uit naar die leerlingen die kunnen volgen in de klas, de rest blijft achter of stopt met school. Zou Catch Up dit patroon kunnen doorbreken?

Catch Up werd een eerste keer uitgeprobeerd in de oostelijke en zuidelijke provincie van Zambia. Leerlingen in het derde, vierde en vijfde leerjaar uit tachtig scholen kregen dagelijks inhaalsessies voor of na de lessen. Niet zo maar inhaalsessies. Leerlingen werden niet samengezet per leeftijd of klas, maar per niveau.

Leerkrachten testten of leerlingen letters, woorden, zinnen of verhaaltjes konden lezen; en of ze getallen wisten te herkennen, konden optellen en aftrekken, en vermenigvuldigen en delen. Doorheen het jaar werden ze regelmatig hertest om te kunnen doorgroeien van het ene niveau naar het andere.

Leerkrachten werden getraind om op het niveau van de leerling les te geven op een speelse en interactieve manier, zonder daarvoor dure materialen te moeten gebruiken. Het was een hele aanpassing ten opzichte van de traditionele, ex cathedra manier van lesgeven waarbij de leerkracht vooraan de klas dicteert en de leerlingen herhalen en neerschrijven. Catch Up lessen combineren groepswerk, individueel en klassikaal leren. Ter ondersteuning kregen de leerkrachten ook regelmatig feedback na het lesgeven van mentor leerkrachten of van trainers van het ministerie om het nog beter te doen.

‘De leerresultaten zijn enorm verbeterd’, vertelt het hoofd onderwijskwaliteit van de provincie, ‘en dat heeft een positief effect gehad op de nationale examens’. Zowat alle leerlingen stegen op zijn minst één niveau. Daarom besloot het ministerie verder te gaan met Catch Up. In 2020 zullen meer dan 1800 scholen in de twee provincies mee doen aan het programma. ‘Het zou zelfs alle leerjaren moeten omvatten’, knikt de leerkracht uit Kalomo. Anderen hebben Catch Up activiteiten geïntegreerd in hun normale lessen.

© Line Kuppens

Maar er zijn ook uitdagingen. ‘Opvolging is cruciaal’, beklemtoont het districtshoofd Onderwijs van Pemba. ‘Als wij laks worden, worden leerkrachten ook laks.’ Niet alle leerkrachten zijn gemotiveerd om zonder toezicht een uur langer op school te blijven voor Catch Up: ‘Je moet bereid zijn je chitenga (Afrikaanse wikkeldoek, red.) aan te trekken en rond te springen met de kinderen. Je moet er je ziel in leggen.’ 

Maar het is niet altijd makkelijk om de scholen te bezoeken. De wegen zijn slecht, zeker tijdens het regenseizoen. Een afstand van 49 kilometer kan al snel anderhalf uur in beslag nemen – sommige scholen liggen tot op 250 km van het districtskantoor. Het aanmaken van een Whatsapp-groep heeft alvast geholpen om toch regelmatig contact te houden met deze scholen.

Ook is het moeilijk alle leerlingen te bereiken. Catch Up sessies vallen buiten de normale schooluren. Kinderen in landelijke gebieden zoals Zimba, Pemba en Kalomo moeten helpen bij het hoeden van het vee. Ouderbetrokkenheid is daarom van groot belang. ‘We proberen samen te zitten met de oudervereniging, ouders en leerkrachten om te begrijpen waarom leerlingen niet komen en wat we daaraan kunnen doen’, legt het districtshoofd van Zimba uit. Gelukkig zijn veel (groot)ouders wel overtuigd van Catch Up. Philistine is de oma van een leerlinge in het vierde leerjaar: ‘Mijn kleindochter kan nu een kort verhaaltje schrijven. Ouders die niet overtuigd zijn van Catch Up volgen de vooruitgang van hun kinderen niet op.’

Ik ben proMO*

Met MO* zorgen wij voor écht nieuws over echte mensen in heel de wereld. Wil je ook ons unieke journalistieke project mogelijk maken? Word dan proMO*. Als proMO* word je lid van onze community, mag je gratis naar al onze events en kan je in dialoog gaan met onze journalisten. Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Geweldig! Ik word proMO*

‘Kinderen leren echt lezen en rekenen. Leerkrachten hebben de aanpak omarmd, meer dan andere programma’s’

Infrastructuur en lesmateriaal vormen eveneens een probleem. Er is weinig geld. Zelfs kopies maken is moeilijk in sommige scholen. In andere scholen zijn er zoveel leerlingen dat de jongere leerlingen in de ochtend komen en de ouderen in de namiddag. Daarom is er geen klas meer vrij voor Catch Up en wordt er lesgegeven onder een boom. Maar wat als het regent?

Toch wil iedereen die ik sprak – ambtenaren, directeurs, leerkrachten, ouders en kinderen – verder met Catch Up: ‘Catch Up helpt echt. Kinderen leren echt lezen en rekenen. Leerkrachten hebben de aanpak omarmd, meer dan andere programma’s.’

Het Catch Up programma is gebaseerd op ‘Teaching at the Right Level’ (Lesgeven op het juiste niveau), een methodologie ontwikkeld en uitgebreid getest door de Indiase NGO Pratham. Het programma wordt geïmplementeerd door het ministerie van Algemeen Onderwijs in Zambia, J-Pal Africa, Unicef, Innovations for Poverty Action, Pratham en de Vlaamse organisatie VVOB – education for development. Het wordt gefinancierd door USAID.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift