‘Insecten kunnen een voortrekkersrol spelen in de nieuwe, duurzame economie’

Krekelkweek voor het klimaat én tegen honger

© Alpha (CC BY-NC 2.0)

Het kweken van krekels zit in de lift. Ze zijn een duurzame voedingsbron voor dier en mens, én kunnen dienen als grondstof voor industriële toepassingen. In Kenia en Oeganda wordt krekelkweek ingezet als oplossing voor eiwitgebrek en een potentiële weg uit de armoede, maar ook in de rest van de wereld kunnen insecten een grote rol spelen in het uitbouwen van een circulaire economie.

Meer dan tachtig procent van de wereldbevolking eet regelmatig insecten. In veel westerse landen was dat tot voor kort taboe, maar daar komt de laatste jaren verandering in. Het klimaatprobleem maakt mensen steeds bewuster van hun ecologische voetafdruk. Kwekers kiezen vaak voor krekels omdat ze interessante inhoudsstoffen hebben en het zijn gemakkelijke insecten om te kweken.

Veelbelovende krekeleconomie in Kenia en Oeganda

In Oost-Afrika kampen veel mensen met een proteïnetekort en armoede. Er worden wel gewassen en dieren gekweekt, maar door het klimaat en de grond gaat dat vaak mis. Het kweken van krekels kan daarom een betaalbare, gezonde en smakelijke oplossing zijn. De productie van deze proteïnebron brengt een hele hoop krekelproducten met zich mee, die op de markt kunnen worden gebracht en zo een volledig nieuwe waardeketen doen ontstaan.

Om commerciële krekelkweek op de kaart te zetten, startten partners uit Kenia, Oeganda en Nederland in 2013 met The Flying Food Project. Het team creëerde een duurzame waardeketen en leverde kweekmateriaal uit Nederland aan tien boeren in Kenia. Van de overheid kregen ze toestemming om krekels in het wild te verzamelen en te gebruiken als ouderdieren om mee verder te kweken. Aanvankelijk startten de boeren hun broederijen in emmers, later werden die vervangen door speciale kweekkratten. Vijf jaar na de start van het project zijn er ongeveer honderd krekelkwekers actief via het project, allemaal opgeleid door experts.

© The Flying Food Project

Er is weinig ruimte nodig om de krekels te kunnen kweken

‘VoorThe Flying Food Project was er zo goed als geen krekelkweek in Oost-Afrika’, zegt Phoebe Owuor, coördinator van het project in Kenia. Ze ondersteunt de ontwikkeling van lokale en export-waardeketens, de landbouwindustrie en de internationale handel. ‘Het was pas toen TNO (Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijke onderzoek, red.) het project wou opstarten dat we de opportuniteiten zagen. Nederlanders hebben ervaring met het kweken van krekels en gaven hun expertise door. In het begin gingen we met de belangrijkste medewerkers en boeren op studiereis naar Thailand. Krekelkweek is daar gigantisch!’.

Moeizame start

’Toen mijn grootouders leefden, at men nog verschillende soorten insecten. Van krekels zou je stem verbeteren, dus werden ze vooral door zangers gegeten. Nu nog zweren artiesten bij het eten van krekels’, gaat Owuor verder. ’Tijdens de hongersnood was een grotere krekelsoort, die onder de grond leeft, een belangrijke bron van proteïne. Maar de kennis over hoe die uit te graven, ging over de generaties heen verloren. Ondertussen beseffen de meeste mensen wel weer wat de voedingswaarde is en dat krekels makkelijker te kweken zijn dan andere dieren.’

© The Flying Food Project

Door krekels toe te voegen aan maaltijden krijgen kinderen gemakkelijker voldoende eiwitten binnen

De start van The Flying Food Project verliep nochtans niet zonder problemen. In tegenstelling tot de partners in Nederland hadden ze in Kenia bijvoorbeeld geen middelen om te temperatuur in de kweekruimtes constant te houden. Het duurde ook een tijdje voor het team een nieuwe voedzame voedingsformule kon samenstellen uit lokale bronnen die de krekels lekker vinden. Voor het kweekmateriaal moesten ze op zoek naar lokale producenten, die ondertussen bijna alles aanleveren.

‘De grootste uitdaging was dat de krekels in het laatste jaar massaal getroffen werden door een bacteriële infectie’, zegt Owuor. ‘Zonder het te weten hadden we zieke ouderkrekels aan boeren doorgegeven. Voordien wisten we niet dat ze ziek konden worden. Dat was een enorme tegenslag waardoor we bijna helemaal opnieuw moesten beginnen. Zowel voor de boeren als voor ons was dat heel pijnlijk. Na grondig onderzoek bleek dat de besmette krekels de ziekte niet doorgeven via hun eitjes, dus gelukkig konden we daarmee verder.’

Meer kansen voor vrouwen

In Kenia en Oeganda hebben vrouwen minder toegang tot opleidingen en jobs, stelt onder andere de Internationale Arbeidersorganisatie. Ze kunnen wel zelfstandig een krekelkwekerij starten. Een mooi voorbeeld daarvan is de 73-jarige Florence Gundo die een opvangcentrum runt voor vrouwen en weeskinderen in Kisumu (Kenia). In 2015 kreeg ze materiaal om een krekelkwekerij te starten en begon ze de insecten toe te voegen aan papjes. Na het eten van de pap met krekelbloem zag ze dat kinderen veel minder ondervoed waren, dat hun mentale gezondheid verbeterde en dat ze minder huidproblemen hadden.

‘Momenteel zitten we nog in de groeifase, maar de krekelkweek biedt enorme mogelijkheden voor Oost-Afrika’, zegt Owuor. ‘Voor vrouwen en jongeren is het een heel aantrekkelijke handel omdat je er weinig tijd en ruimte voor nodig hebt en er veel van terugkrijgt. Het kweken vereist precisie en zorg, maar als je het goed aanpakt, hoef je krekels maar drie keer per dag een bezoekje te brengen. Vrouwen kunnen het gemakkelijk combineren met ander werk in en rond het huis. Een extra meerwaarde is dat het niet lang duurt voor ze de krekels kunnen oogsten waardoor er snel rendement is van hun investering.’

© The Flying Food Project

In Kenia gebruikt men krekels al in verschillende voedingsproducten, waaronder broodjes en cake

Op dit moment is het een bijverdienste voor de meeste boeren, maar het is de bedoeling dat er in de toekomst net zoals in Nederland en Thailand kwekers zijn die er volledig van kunnen leven

Het project liep vorig jaar af, maar toch blijft er volgens Owuor een nood aan middelen en fondsen om de krekelkweek verder te verspreiden. De waardeketen is nieuw en er zijn nog veel uitdagingen. Er zouden meer boeren getraind moeten worden en er is nog heel wat werk in het commercialiseren van de waardeketen. ‘Om van krekelkweek het duurzame succes te maken dat het zou kunnen zijn doen we een warme oproep voor verdere ondersteuning. Op dit moment is het een bijverdienste voor de meeste boeren, maar het is de bedoeling dat er in de toekomst net zoals in Nederland en Thailand kwekers zijn die er volledig van kunnen leven. Na Kenia en Oeganda kunnen we de productie hopelijk uitbreiden naar andere landen in Oost-Afrika.’

Driehonderd keer minder water dan een koe

Ook in de rest van de wereld is er een groeiende vraag naar (dierlijke) eiwitten. Insecten kunnen daar een duurzaam antwoord op bieden. Om proteïnen aan te maken hebben krekels bijvoorbeeld driehonderd keer minder water nodig en stoten ze zestig keer minder broeikasgassen uit dan een koe. Daarnaast hebben ze drie keer minder voedsel nodig dan een koe. Varkens en kippen hebben twee tot drie keer zoveel voeding nodig dan insecten voor dezelfde hoeveelheid vlees, en net als bij koeien ligt hun uitstoot heel wat hoger. Verder kan je insecten vaak integraal opeten, of toch zeker voor tachtig procent, dat is twee keer zoveel dan bij kippen en zelfs vier keer meer dan bij varkens en runderen. Het kweken gaat ook veel sneller dan bij andere dieren.

‘Bij een rund heb je zes kilogram voedsel nodig voor één kilo vlees, bij krekels heb je minder dan twee kilogram voedsel nodig voor diezelfde hoeveelheid’

Sabine Van Miert is onderzoeksmanager bij RADIUS, de onderzoeksgroep van Thomas More die deel uitmaakt van het EFRO-project Insect Pilot Plant. KU Leuven, Thomas More en Vito bouwen samen een pilootinstallatie uit voor verder onderzoek naar insectenkweek. Volgens haar zijn er verschillende redenen waarom insecten belangrijk kunnen zijn voor de circulaire economie: ‘Het meest interessante, zeker bij krekels, is de goede voederconversie. Dat is de efficiëntie waarmee een dier voer omzet in eigen lichaamsgewicht. Bij een rund heb je bijvoorbeeld zes kilogram voedsel nodig voor één kilo vlees, bij krekels heb je minder dan twee kilogram voedsel nodig voor diezelfde hoeveelheid.’

© RADIUS

De krekels in één van de kweekbakken van RADIUS

Krekels hebben weinig bewegingsruimte nodig en krioelen vrolijk over elkaar heen. De kweekbakken kunnen verticaal op elkaar gestapeld worden dus er is geen competitie voor land, een groot verschil met klassieke landbouwdieren. Door de gemakkelijke opbouw kunnen kwekers de opstelling snel aanpassen aan de vraag. Verder hebben insecten weinig water nodig. Ze drinken niet zoals andere dieren, maar halen hun vocht uit het substraat dat ze eten.

‘De methaanuitstoot van insecten ligt van nature veel lager, vult Van Miert verder aan. ‘Hoeveel dat verschil exact is wordt nog onderzocht, maar we zijn zeker dat het beduidend lager is dan bij klassieke landbouwdieren.’ Insecten produceren bovendien minder mest. Nadat ze organisch afval geconverteerd hebben, blijft er nog maar een kleine restfractie over. Die kan gebruikt worden als grondverbeteraar in de (biologische) landbouw.

Van afval tot voedingsstof

Insecten floreren op organische stoffen zoals mest, voedselresten en GFT, wat mogelijkheden biedt om ook die reststromen vanuit de landbouw-, voedings- en transportindustrie te upcyclen tot volwaardige voeding. De reststromen van consumenten mogen in Europa voorlopig nog niet als voedsel voor insecten dienen omdat het moeilijk te traceren is of er dierlijke (bij)producten inzitten. Voor toepassingen in de chemie en andere sectoren zou dat in principe geen kwaad kunnen

Ik ben proMO*

Met MO* zorgen wij voor écht nieuws over echte mensen in heel de wereld. Wil je ook ons unieke journalistieke project mogelijk maken? Word dan proMO*. Als proMO* word je lid van onze community, mag je gratis naar al onze events en kan je in dialoog gaan met onze journalisten. Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Geweldig! Ik word proMO*

‘Er wordt momenteel onderzoek gedaan op welke organische afvalstromen bepaalde insecten het beste kunnen groeien’, zegt Van Miert. ‘De krekel is net zoals de sprinkhaan wat kieskeuriger dus komen er minder afvalstromen voor in aanmerking. Wat we dan proberen is die reststromen vermengen met andere producten.’

Veevoeding bestaat vaak uit soja, een intensief gewas dat veel water, ruimte en meestal chemicaliën nodig heeft om te kunnen groeien. Visvoer wordt dan weer grotendeels gemaakt van gemalen vissen en zeedieren die commercieel niet interessant zijn, maar die wel nodig zijn om de ecosystemen van de oceanen gezond te houden. Wat als we die twee konden vervangen door insecten? Het biologische plaatje klopt in ieder geval helemaal: varkens, kippen en de meeste vissen zijn van nature gek op insecten. Naast de grote hoeveelheid volwaardige proteïnen bevatten ze veel vetten en chitine, een polymeer dat voor de sterkte van het exoskelet van insecten zorgt.

Binnen Europa zijn insecten voor visvoer sinds 2017 toegestaan, voor veevoeder is het voorlopig nog wachten op toestemming. ‘De wetgeving rond dierenvoeding is zo streng omdat we in het verleden te maken kregen met de BSE-crisis (‘gekkekoeienziekte’, red) en de dioxinecrisis’, zegt Van Miert. ‘Tot dan werd sterk naar de humane voeding en minder naar de dierenvoeding gekeken, maar toen die voeding gevolgen had voor ons, is de wetgeving strenger geworden. De essentie is dat je geen dieren mag voederen aan dieren. Momenteel loopt een onderzoek om een inschatting van de mogelijke risico’s te maken en willen we aantonen dat insecten een waardig alternatief zijn voor gebruik in de veevoeding.’

Het is wel al toegelaten om de vet- en chitinefracties in veevoeder te gebruiken, die bevatten geen schadelijke producten. Omdat er niets over geschreven in de wet is het ook mogelijk om levende insecten te voeren aan andere dieren, wat bijvoorbeeld al gebeurt in de pluimveesector.

Menselijke consumptie

Insecten bestaan hoofdzakelijk uit eiwitten (40-75 procent), onverzadigde vetten, vitamine B en ijzer.

– Krekels bevatten zo’n 12,9 gram eiwit per honderd gram. Ter vergelijking: vis en vlees scoren tussen de 25 en 35 gram, in eieren zit 13 gram en melk bevat maar 4 gram eiwit per honderd gram. De meeste krekelsoorten bevatten ook vitamines B1 en B12 en zijn daardoor volwaardige vleesvervangers.

– Insectenvlees lijkt meer op orgaanvlees en bevat daardoor wel meer vetten en cholesterol.

– Wie allergisch is aan schaal- en schelpdieren of huisstofmijt loopt het risico allergisch te zijn aan insecten. Daarnaast raadt de Europese voedselveiligheidsorganisatie aan om maximum 45 gram insecten per keer te eten. De chitine in de poten en skeletten kunnen bij grotere hoeveelheden voor klachten zorgen. Tegelijk is er minder kans op overdracht van virussen omdat insecten genetisch veel minder op ons lijken dan bijvoorbeeld varkens.

Krekels kunnen als voedsel dienen voor dieren in de vlees- en zuivelindustrie, maar het is nog duurzamer als we ze zelf consumeren. Je kan ze koken of bakken en in z’n geheel eten, of verwerken in andere producten zoals meel, deegwaren, snoepgoed, broodbeleg, hapjes en snacks. De Europese wetgeving legde begin 2018 vast dat alle insectenproducten behoren tot Novel Food, een voedingsmiddel dat voor mei 1997 niet in significante mate werd gegeten door mensen in de EU. Voor ze in de handel komen, is een speciale goedkeuring nodig. Momenteel zijn alleen de Europese treksprinkhaan, de meelworm en de huiskrekel toegestaan in België.

Mensen vinden het idee om insecten te eten vaak vies. Nochtans at men in Frankrijk en Duitsland vroeger meikeversoep, en in Sardinië is er de madenkaas. We consumeren ook al lang massaal schildluizen via de rode kleurstof die je bijvoorbeeld terugvindt op M&M’s. Om de overstap makkelijker te maken willen bedrijven en onderzoekers twijfelaars overtuigen door (onherkenbare) half-om-half producten te maken met insectenmeel in hamburgers en nuggets, zoals de Insecta-producten van Damhert of KRIKET, een krekelreep met krekelmeel uit Brussel.

‘Spijtig genoeg zijn er nu minder insectenproducten in de humane voedingsindustrie dan pakweg vijf jaar geleden’, zegt Van Miert. ‘Dat heeft te maken met perceptie: de meeste westerse consumenten zijn nog niet klaar om insectenproducten te eten. Met veevoeder en technische toepassingen hebben ze minder problemen, maar als het over hun eigen voeding gaat ligt het vaak nog moeilijk.’

Naast de toepassingen in de voedingsindustrie kunnen insecten interessant zijn voor de chemische, farmaceutische en cosmetica-industrie. Zo zou de chitine onder andere gebruikt kunnen worden in wondverbanden en bepaalde coatings. Bij RADIUS hebben ze al het vet uit insecten gehaald en gebruikt in handcrème, met veelbelovende resultaten. De chemische toepassingen zitten momenteel nog bijna allemaal in de onderzoeksfase en vallen onder een andere wetgeving dan de dieren- of humane voeding.

De toekomst van de krekelkweek

‘Insecten kunnen een voortrekkersrol spelen in de nieuwe, duurzame economie en we kijken heel positief naar de toekomst’, zegt Van Miert. ‘Er zijn meer studies naar insecten dan ooit tevoren en de mogelijkheden gaan breed. Toch zijn er nog een aantal uitdagingen bij de kweek waaronder klimatisatie en gevoeligheid aan ziektes. De consumentenperceptie en -appreciatie ten opzichte van insectenproducten zou ook nog moeten verbeteren. Het is aan de kwekers, verwerkers, onderzoeksinstellingen en overheid om daar beter over te informeren en de mindset te veranderen. Vanuit het Strategisch Platform Insecten (FOD Departement Landbouw en Visserij) werken die verschillende organisaties daar samen aan. Wij zijn er in ieder geval van overtuigd dat insecten hun plaats zullen krijgen in de economie en dat ze een waardig alternatief zullen vormen voor eiwitten en andere stoffen.’

© The Flying Food Project

Je kan krekels eten in verwerkte vorm, maar ook in hun geheel

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift