We hebben nood aan een systeem dat de hoop niet bij voorbaat de kop inslaat

Partijpolitiek is geen zoektocht naar oplossingen, maar oorlog

© Brecht Goris

Bieke Purnelle

Verkiezingen zijn hoogdagen van de democratie. Zelfs wie de slopend lange aanloop met lede ogen en een zweem van irritatie aanschouwt, voelt op verkiezingsdag de adrenaline stijgen. Noem het misplaatste nostalgie, maar het stemmen met potlood en papier in mijn stad geeft het hele gebeuren een bijkomend gewicht, alsof het ritueel met het dikke rode potlood en het zorgvuldig uitvouwen van het stembiljet het belang van het momentum vertaalt. ‘Neem uw tijd, want er staat iets op het spel’.

Ik heb geen idee of er een verband is, maar slechts 7 % van de Gentenaars vond dat hele stemmen de moeite niet waard, een aantal dat in andere steden rond de 12 à 14 % schommelde. 624.427 Vlamingen brachten geen (geldige) stem uit. Ze bleven thuis, stemden ongeldig of maakten gewoon geen enkel bolletje zwart.

Dat er een ideologische breuklijn door ons land lijkt te lopen, dat vond men op de televisieredacties niet interessant genoeg voor beschouwing.

Zelf beleef ik zo’n verkiezingsdag doorgaans in een zekere staat van opwinding. Ik wil alles weten van zodra het geweten is. Dat weten viel flink tegen. De tergende onwetendheid lag niet alleen aan de ambachtelijke wijze waarop Gent stemt, maar ook aan een flauwe grappenmaker die wit poeder in een stembrief achterliet. Over Brussel en het landsgedeelte aan de andere kant van de taalgrens kwamen we sowieso bijzonder weinig te weten. Dat er een ideologische breuklijn door ons land lijkt te lopen, dat vond men op de televisieredacties niet interessant genoeg voor beschouwing. Mijn opwinding zakte in als een mislukte soufflé.

Beelden van grimmige, triomfantelijke en zelfvoldane mannen in maatpak brachten weinig soelaas. De ene riep zichzelf op licht verbijsterende Louis Quatorziaanse wijze uit tot burgemeester nog voor de stemmen waren geteld en zonder meerderheid. De andere werd achtervolgd door hysterische journalisten en cameramannen die zich aanstelden als bakvissen die Justin Bieber zien. Nog een andere beweerde bij hoog en laag dat hij trots was, ook al wist niemand waarom vermits hij zonet een significant deel van z’n stemmen was kwijtgeraakt. Een paar racisten mochten hun winst toelichten, ook al wist iedereen al lang dat ze die aan een andere, veel grotere partij te danken hadden.

Het toetje zat hem in de uitslagen van een aantal randgemeenten, waar een ontstellend aantal mensen hadden gekozen voor kandidaten die Hitler een jofele peer leken te vinden. Dat vonden velen een geschikte aanleiding om zich vrolijk te maken over hoe deze kiezers eruitzagen. Alsof angst en boosheid lastiger te verteren zijn wanneer ze een te krappe t-shirt dragen in plaats van een keurig gestreken beige broek.

De lichte euforie over het feest van de democratie sloeg om in een radeloos soort vertwijfeling.

Een verkwikkend schouwspel werd het niet. Het regende holle en betekenisloze woorden als “positief project”, waar elk zinnig mens oogrollend doorheen keek.

Toen moest het hele steekspel van de coalitievormingen nog van start gaan. Wie zou met wie gaan praten en vooral met wie niet? Wie zou “in het midden van het bed” liggen en hoe groot kan een bed zijn zonder dat de liefde snel bekoelt? Wie zou gewiekst buiten spel worden gezet en welke verrassende verstandshuwelijken zouden er zonder voorspel of vrijage worden beklonken? Een verkwikkend schouwspel werd het niet.

Het regende holle en betekenisloze woorden als “positief project”, waar elk zinnig mens oogrollend doorheen keek. Mijn begrip voor die 624.427 stemverzakers steeg met het uur. Sommige cijfers deden dan weer beseffen wat er op het spel had gestaan. 278 stemmen scheelde het of de Antwerpse coalitie was haar meerderheid kwijt. Zoveel mensen krijg ik vlot samen op een feestje, bedacht ik schamper. Misschien hadden we gewoon te veel gefeest en te weinig nagedacht. Nog meer vertwijfeling.

De consternatie over een en ander leidde als vanouds tot verwoede discussies. Ik deed m’n best daar het mooie van te zien. Je debatteert over datgene waar je om geeft, prentte ik me in. Ik zou het niet op een tegel borduren, maar er zit een grond van waarheid in. Waarheid is overigens een fluïde begrip in politieke discussies. ‘Het gaat hen alleen maar om het geld’, werd er boos gebrald.

Nu maak ik er zelf een gewoonte van om met enige regelmaat politici te bekritiseren wanneer ze m.i. uit de bocht gaan. Maar ik verloor m’n geduld. Hier zaten we dan, met roodverbrande billen op de blaren, terwijl we zorgvuldig hadden nagedacht over onze stem en oprecht ergens op hadden gehoopt.

Analyses werden heen en weer getikt: over wiens schuld het was, over wie strategisch had geblunderd en wie wie een loer had gedraaid. Terwijl we in grote lijnen allemaal hetzelfde hadden gewenst: dat integere en bekwame mensen onze stad zouden besturen.

Als we die integere en bekwame mensen echt willen, dan moeten we misschien ophouden met dat gratuite gebries over graaiers en poenscheppers, en dat soort beschuldigingen reserveren voor wie ze verdient. Wie snel en makkelijk rijk wil worden moet wel goed gek zijn om daar de politiek voor te gebruiken.

Wanneer het tegenzit, ruikt de concurrentie bloed en worden extra jachthonden ingezet.

Jonge mensen die zich kandidaat stellen, worden uitgelachen en raken professioneel voorgoed verbrand omdat ze politieke kleur bekennen. De oudste Gentse schepen mag drie jaar voor haar pensioen op zoek naar een job. Wanneer het tegenzit, ruikt de concurrentie bloed en worden extra jachthonden ingezet. De lange weg van campagne naar campagne, soms verlies na verlies incasserend met de immer sluimerende hoop op winst in het achterhoofd, lijkt bij momenten meer op een dodentocht dan op een rondje poker.

Wie een blad verkeerd legt, twee keer stottert voor de camera of zich verspreekt moet dagenlange spot en toorn verdragen en wordt zonder schroom belachelijk gemaakt. Je kapsel, je gewicht, je gebit, je huwelijk en de vorm van je tuinhaag worden geanalyseerd en kritisch doorgelicht. Je wordt als bloedend wild opgejaagd door hijgerige pers en wanneer je daar je buik van vol hebt, mag je dat niet tonen. Altijd minzaam blijven glimlachen, altijd positief blijven. Ik vind het een klein mirakel dat zoveel mensen bereid zijn zich aan al die kwellingen bloot te stellen in de hoop iets te veranderen.

Misschien zijn het niet zozeer de mensen die de politiek vergallen, maar vergalt de politiek de mensen. Misschien is dit particratische systeem gedoemd om iedereen te ontgoochelen. De partijpolitiek zoals we die kennen, is geen collectieve zoektocht naar oplossingen, maar oorlog. Elke verkiezing is een veldslag, die gewonnen wordt door degene met het scherpste geschut.

Geen enkele partij heeft iets te winnen bij het steunen van een andere, hoe dicht die ideologisch ook bij hen staat. Een goed idee, een interessante visie van de ander moet noodgedwongen genadeloos neegesabeld worden. Elke blunder, elke misstap van de een is makkelijke winst voor de ander en moet worden uitvergroot en uitgelicht, met de pers als gewillige handlanger.

Dus krijgen we geen ideeën, maar slogans; geen plannen, maar populariteitspolls; geen harde werkers, maar PR-kampioenen.

Dus krijgen we geen ideeën, maar slogans; geen plannen, maar populariteitspolls; geen harde werkers, maar PR-kampioenen.

Dus gaan verkiezingen niet over wat de meeste mensen willen, maar enkel nog over winst of verlies. We zien politici in elkaars armen vallen alsof ze net de wereldbeker voetbal hebben gewonnen, omringd door duwende en trekkende journalisten en cameramensen, met pompende en opzwepende muziek op de achtergrond, om het “historische” momentum in de verf te zetten. De oorlog is voorbij. Ziehier de triomfantelijke winnaar en de gewonde verliezer.

De echte verliezers zijn wij allemaal. De bange mensen en de dapperen, de eenzamen en de gezelligen, de denkers en de doeners. Hier zitten wij met al onze dromen en verwachtingen, terwijl voor onze ogen wordt gevochten en geplot om een zetel of een post. Al wat er te winnen leek lijkt hopeloos verloren.

Misschien moeten we die verkiezingen van mei opschorten en alle partijen met middenvelders, academici en burgers rond de tafel dwingen tot we een kiesstysteem hebben bedacht dat niet elke hoop bij voorbaat de kop inslaat.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift