Brexit in historisch perspectief

Britse fantoompijn om verloren wereldrijk staat in de weg van Europese toekomst

Elionas2/Pixabay

 

De Britse politiek verkeert in een diepe crisis. Ondanks het uitstel tot 31 oktober zijn de Britten nog geen stap dichter bij de nooduitgang van de Europese Unie gekomen, laat staan bij een idee over een toekomstige relatie met de rest van Europa. De geschiedenis laat zien dat het antwoord helemaal niet zo moeilijk hoeft te zijn.

De huidige politieke crisis en de verwoede zoektocht die eraan ten grondslag ligt, doen denken aan de vaak geciteerde woorden van de Amerikaanse oud-minister van Buitenlandse Zaken Acheson, die in 1962 stelde: ‘Great Britain has lost an empire and has not yet found a role’.

Het Britse Empire omvatte op het hoogtepunt in 1920 een kwart van het landoppervlak van de aardbol.

Het Britse Empire omvatte op het hoogtepunt in 1920 een kwart van het landoppervlak van de aardbol. Maar na de Tweede Wereldoorlog moesten de Britten in een paar decennia afscheid nemen van hun gekoesterde status als grootmacht.

Tussen 1945 en 1965 viel het aantal Britse onderdanen buiten de grenzen van het Verenigd Koninkrijk terug van 700 miljoen naar slechts 5 miljoen, waarvan 3 miljoen in Hong Kong. De Britse kroonprins Charles verklaarde bij de overdracht van die laatste stad aan China in 1997 plechtig dat er een einde was gekomen aan het Britse Empire.

Heimwee naar een groots verleden

Heimwee naar de tijd waarin de Britten heersten over de wereldzeeën speelde een belangrijke rol in de campagne die in de zomer van 2016 resulteerde in een meerderheid voor het Leave-kamp in het referendum over het Britse lidmaatschap van de Europese Unie.

Fanatieke Brexiteers spiegelden de kiezers een “Global Britain” voor dat trots en zelfverzekerd een eigen koers vaart in de wijde wereld, net als tijdens de gloriedagen van het machtige Britse Empire. Bevrijd uit de verstikkende Europese Unie zou de Britse economie weer opgelucht adem kunnen halen. Na de Brexit zouden alle Britse problemen als sneeuw voor de zon verdwijnen.

Het was een boodschap die aansloeg bij een meerderheid van de Britse kiezers. Niet alleen vanwege het aantrekkelijke toekomstperspectief, maar ook omdat het naadloos aansluit bij het beeld dat de Britten – en dan met name de Engelsen – hebben van hun eigen geschiedenis.

Dapper standhouden is het devies: na een no deal met de dictator Hitler nu ook een no deal met de almachtige Europese Unie.

Daarin speelt de Tweede Wereldoorlog een hoofdrol. De Britse visie op die oorlog wordt uitstekend samengevat door recente films als Dunkirk (2016) en Darkest Hour (2018): de Britten ontkwamen ondanks de onbetrouwbare Fransen ternauwernood aan de Duitse oorlogsmachine en hielden daarna onder aanvoering van oorlogspremier Winston Churchill als enige dapper stand tegen de dreiging van een door de Duitsers gedomineerd Europa.

Voor Brexiteers is het een dankbare metafoor. Hoewel economen groot onheil voorspellen voor het Verenigd Koninkrijk, beroepen die hard voorstanders van de Brexit zich op de geest van Duinkerke en Churchill. Dapper standhouden is het devies: na een no deal met de dictator Hitler nu ook een no deal met de almachtige Europese Unie.

De werkelijkheid ligt iets genuanceerder. In september 1939 en juni 1940 kozen Churchill en zijn voorganger Neville Chamberlain er bewust voor om de strijd aan te gaan. Ze hadden er voor kunnen kiezen om het Europese vasteland aan de Hitler te laten en zich – conform het Global Britain van de Brexiteers – te richten op het toenmalige Britse Empire. Churchill riep de Britten na het echec van Duinkerken – want het was natuurlijk een gigantische nederlaag – in zijn beroemde ‘we shall fight on the beaches’ weliswaar op om ten koste van alles stand te houden, maar het uiteindelijke doel dat hij voor ogen had was de bevrijding van het Europese vasteland.

Gelukkig voor de Britten stonden ze er niet helemaal alleen voor. Dankzij Amerikaanse en vooral Russische oorlogsinspanningen werd Hitler verslagen. Daarna was Churchill een voorvechter van Europese samenwerking. Hij stond aan de wieg van de in 1949 opgerichte Raad van Europa, in zekere zin de wegbereider van de huidige Europese Unie. Churchill wist namelijk maar al te goed dat het wel en wee van het Verenigd Koninkrijk al eeuwenlang onlosmakelijk verbonden was met het Europese vasteland.

Relatie met het Europese vasteland

Die band gaat terug tot de vroegste geschiedenis. Een bonte stoet van ‘Europeanen’ kwam naar de Britse eilanden. Niet iedereen bleef, maar alle volkeren lieten wel hun eigen sporen na. Zo ontstond in de vroege middeleeuwen het koninkrijk Engeland uit verschillende Angelsaksische vorstendommetjes, omdat die alleen samen voldoende gewicht in de schaal konden leggen tegen de Vikingen. De Normandiërs bleken in 1066 echter een maatje te groot en veroverden vanuit hun thuisbasis in Frankrijk heel Engeland.

Daarna bleef de Engelse blik stevig op Europa gericht, meer in het bijzonder op Frankrijk. Via de Normandiërs lag Engeland stevig ingebed in de Europese hofcultuur. De Engelse koningen bezaten bovendien als leenman van de Franse koning grote delen van Frankrijk en maakten zelfs aanspraak op de Franse troon. Conflicten waren dan ook niet van de lucht. Uiteindelijk trokken de Engelse koningen aan het kortste eind: in 1453 verloren ze al hun bezittingen in Frankrijk en Vlaanderen.

De veranderde relatie met het Europese vasteland stortte Engeland net als nu in een diepe politieke crisis. Vooral het verlies van Franse en Vlaamse havensteden werd betreurd. Het bezit ervan was van groot strategisch belang geweest: zo lang de havensteden aan de overzijde van het Kanaal in Engelse handen waren, konden die niet gebruikt worden als startpunt voor de verovering van Groot-Brittannië. Het verlies ervan vormde de aanleiding voor de bouw van een houten – en later stalen – muur op zee: de roemruchte Royal Navy.

Daarnaast ontwikkelden de Engelsen een obsessie met de machtsbalans op het Europese vasteland. Zeker toen de techniek voortschreed, waardoor de havensteden aan het Kanaal aan belang inboetten voor de verdediging van de Britse eilanden, wilden de Engelsen voorkomen dat één Europese mogendheid machtig genoeg werd om zich volledig te kunnen wijden aan een invasie.

Daarom wierpen de Engelsen zich eind zestiende eeuw aan Nederlandse zijde in de strijd tegen Spanje. Nadat het Spaanse gevaar was geweken en de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden de concurrentieslag had verloren, ontpopte het Frankrijk zich als grote dreiging. Koning Lodewijk XIV en keizer Napoleon Bonaparte koesterden beiden invasieplannen, maar delfden het onderspit in talloze oorlogen tegen door de Engelsen gesmede coalities.

Het machtige Britse Empire had ook Europese wortels, want het werd geboren uit de obsessie met de Europese machtsbalans.

Al die oorlogen leidden ook tot verhitte discussies in het Britse Lagerhuis. Die hadden bekende trekjes voor wie de Brexit-debatten volgt. Er waren vanaf het begin parlementariërs die vonden dat het Verenigd Koninkrijk zich terug moest trekken achter de houten muren van de Royal Navy en Europa aan haar lot over moest laten. De voorstanders van inmenging in Europese zaken trokken meestal aan het langste eind, want juist op die momenten dat de Britten zich daadwerkelijk terugtrokken bleek de onveiligheid toe te nemen.

De vrees voor een invasie had ook een grote invloed op de ontwikkeling van het koninkrijk Engeland tot het hedendaagse Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland. Wales, Schotland en Ierland vormden als onafhankelijke landen op de Britse eilanden een achterdeur voor kwaadwillende buitenlandse mogendheden. Al dan niet vrijwillige aansluiting bij het Verenigd Koninkrijk was het slot op de achterdeur.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Het machtige Britse Empire had ook Europese wortels, want het werd geboren uit de obsessie met de Europese machtsbalans. Koloniale bezittingen gaven de Britten de financieel-economische armslag om hun maritieme macht op te bouwen en – belangrijker nog – de landlegers van hun bondgenoten in diverse coalitieoorlogen te financieren. En het bleek tijdens de Eerste en Tweede Wereldoorlog van onschatbare waarde om Duitsland, dat in de negentiende eeuw het stokje had overgenomen van Frankrijk als grote bedreiging voor de Europese machtsbalans, te verslaan.

Desalniettemin had de Tweede Wereldoorlog een zware wissel getrokken op het Verenigd Koninkrijk. Churchill en zijn opvolgers fantaseerden nog over een wereld verdeeld in drie machtsblokken: de Verenigde Staten, de Sovjet-Unie en het Britse Empire. Maar door de dekolonisatie en de opbouw van de Britse welvaartsstaat bleek dat onhaalbare kaart. Net als de rest van West-Europa zocht het Verenigd Koninkrijk bescherming in de door de Amerikanen geleide NAVO. In zekere zin was dat echter een voortzetting van de aloude coalitiepolitiek, ditmaal tegen de dreiging van de Sovjet-Unie als dominante macht op het Europese vasteland.

Deelname aan de Europese samenwerking was echter een brug te ver. De Britten zetten hun geld op handel met wat er nog resteerde van het Empire. Pas toen de lidstaten van de Europese Gemeenschappen dankzij hun interne markt het economisch stagnerende Verenigd Koninkrijk ver achter zich lieten, dienden de Britten een lidmaatschapsaanvraag in.

Dat was een logisch besluit, want de handel met het Europese vasteland was al sinds de vroegste geschiedenis van levensbelang geweest voor de Britse eilanden. Zelfs tijdens de hoogtijdagen van het Britse Empire was dat slechts goed voor een derde van alle handel die het Verenigd Koninkrijk dreef. Alleen direct na de Tweede Wereldoorlog was dat dankzij de verwoestingen op het Europese vasteland kortstondig anders geweest.

Tegen de stroom

Toen de Europese samenwerking vanaf het einde van de Koude Oorlog in een stroomversnelling terecht kwam, kozen de Britten er meer dan eens voor om tegen de stroom in te roeien. Het Verenigd Koninkrijk wist voor zichzelf op cruciale punten – zoals grenscontroles en deelname aan de eurozone – ‘opt outs’ binnen te slepen. Juist waar de Europese Unie het hechtst verbonden was, bleven de Britten aan de zijlijn toekijken.

Juist waar de Europese Unie het hechtst verbonden was, bleven de Britten aan de zijlijn toekijken.

Tegelijkertijd bracht het EU-lidmaatschap het Verenigd Koninkrijk economische bloei. Meer dan de helft van de Britse handel vindt plaats binnen de EU. Binnen het raamwerk van de Europese Unie kwam er in 1998 met het Goedevrijdagakkoord een einde aan de gewapende strijd om Noord-Ierland. Door de positie aan de zijlijn kon de Britse regering tijdens de financiële crisis van 2008 en op het migratiedossier een eigen koers varen.

Voor Brexiteers is dat niet genoeg. De heimwee naar de grandeur van het verloren Empire is nog te groot, ook al is én was de economische realiteit anders. Daar moet alles voor wijken. Ze zijn zelfs bereid het Verenigd Koninkrijk in de waagschaal te leggen. In 2014 stemde een meerderheid van de Schotten tegen Schotse onafhankelijkheid, maar een nieuw referendum ligt op de loer en het is nog maar de vraag hoe de stemverhouding zal zijn wanneer de Schotten tegen hun zin door Engelse nationalisten uit de EU zijn gesleurd.

De Noord-Ierse DUP is in het Lagerhuis één van de grote dwarsliggers, maar in Noord-Ierland vormt de partij een minderheid. Dankzij het Goedevrijdagakkoord was de brisante kwestie van de Ierse eenwording bedekt met de mantel der liefde, maar die is er weer afgerukt door de voortslepende Brexit-discussie. Er gaan zelfs al stemmen op voor een Noord-Iers referendum.

De Engelsen zouden met hun Brexit-referendum wel eens de doos van Pandora geopend kunnen hebben. En dat allemaal omdat – in de woorden van Acheson – zij hun rol in de wereld nog niet hebben gevonden. Maar wie kijkt naar de geschiedenis, ziet dat die in Europa ligt.

Dat wist Acheson ook al. Het veel minder vaak geciteerde vervolg van zijn toespraak in 1962 luidde: ‘Britain’s attempt to play a separate power role – that is, a role apart from Europe, a role based on a ‘special relationship’ with the United States, a role based on being the head of a Commonwealth which has no political structure or unity or strength and enjoys a fragile and precarious economic relationship – this role is about played out.’

Maar zo lang de fantoompijn van het Empire er nog is, zal de knipperlichtrelatie met het Europese vasteland ongetwijfeld voortduren. Om de door Brexiteers zo geliefde Churchill te citeren: ‘Whatever the cost may be.’

Ivo van de Wijdeven (1979) is historicus en politiek analist bij het Nederlandse ministerie van Algemene Zaken, het ministerie van de minister-president. Onlangs verscheen van zijn hand De nieuwe rafelrand van Europa – De eeuwenlange voorgeschiedenis van Brexit en Trump (Spectrum).

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift